Priesters van Pushkar

‘Legend has it’ dat pelgrimstad Pushkar ontstond op de plaats waar de schepper, Brahma, een lotusbloem liet vallen op Aarde. Nu is het een levendig plaatsje met 15.000 inwoners rondom een heilig meer.

pushkar

Om enige context in het verhaal te plaatsen over het hindoeïsme moet je weten dat er een oppergod is genaamd Brahman. Brahman is allesomvattend en de reden van elk bestaan. Het doel van het leven is terug te keren naar de vorm van deze oppergod. Dit doe je door niet te reïncarneren, bijvoorbeeld door te sterven in de stad Varanasi (hier komen wij nog later). Onderdeel hiervan zijn Brahma (de schepper), Vishnu (de behouder van het goede) en Shiva (de vernietiger). Iedere persoon kiest welke god hij aanbidt. Pushkar kent honderden tempels die zich allemaal richten op één van de goden en kent tevens één van een zeer kleine hoeveelheid Brahma tempels. Overigens zijn er vele andere goden, maar dit zijn de belangrijkste.

Tijdens het bezoek aan de Brahma tempel splitsten wij ons op, zodat de spullen niet in de riskante kluisjes verdwenen. Je mag niets meenemen. Op het moment dat wij, Sabine, Lindsey en ik, de tempel betraden, werden we aangesproken en rondgeleid door de tempel. Van een priester kregen we een bloemetje waar we verschillende handbewegingen mee moesten maken om het vervolgens in een gesloten hand vast te houden en gereinigd te worden door een priester in de Shiva-tempel in een kelder onder de andere tempel. De lotusbloem moest een paar honderd meter verderop in het heilige meer neergelegd worden, net zoals Brahma dat deed. Eenmaal wachtend op onze ouders werden we weer door vele Indiërs gefotografeerd en liepen we uiteindelijk naar het meer toe.

Bij het meer zaten we afzonderlijk bij een priester en moesten we deze man in het Hindi napraten. Dat was niet makkelijk en achteraf bleek dat mijn moeder het tot de ergernis van de priester steeds verkeerd zei. Vervolgens werd je gezegend, kreeg je een grote rode stip met rijst op je hoofd en gooide je bloem met andere inhoud in het water. Nog even je hoofd aantikken met een kokosnoot en het was klaar. Natuurlijk was een donatie nog wel even vereist, maar dat was de ervaring zeker waard.

De tijd daarna werd besteed aan het doorlopen van de bazaars in het stadje en het kijken naar het leven op de straat. Direct valt op hoe goed de mensen hier met dieren omgaan. Alle restaurants zijn vegetarisch en alle zwerfdieren, vee en uiteraard de heilige koe worden vaak aangehaald en krijgen genoeg te eten. Zelfs de kamelen worden goed behandeld. Leuk om te zien dat het toch ergens mogelijk is om mens en dier tussen elkaar te laten leven. En boven dat alles is de curry scherp genoeg om het vlees volledig overbodig te maken.

De ochtend erna word ik ineens als 22-jarige wakker, krijg ik een zakboekvariant van Dan Brown’s Inferno en een bioscoopbon. De rest komt later nog. Nu op weg naar Udaipur, waar jullie weer een andere blog over gaan lezen.

De drukte van Mumbai

Het agglomeraat Mumbai is de grootste van India en telt zo’n 16 miljoen inwoners. De stad staat bekend om haar Bollywood, het Brits-koloniale centrum en een sterk contrast van rijk en arm.

Direct wanneer je met het vliegtuig aankomt zie je vanuit de lucht, waar je ook kijkt, enorme krottenwijken. De krotten zijn veelal bedekt met blauwe kleden en lopen helemaal door tot bovenin het heuvelachtige gebied. Niet voor niets bevindt zich hier de grootste krottenwijk van heel Azië met maar liefst 1 miljoen inwoners. Naar schatting woont dan ook zo’n 40% van de stad in een krot. Bizarre cijfers. Zeker wanneer je kijkt naar de rijkdom van dure appartementen, vele autogarages, winkelcentra en billboards voor juwelen.

Nadat het hotel gevonden is en we beseffen dat het hotel ver buiten het centrum ligt besluiten we om naar Film City te gaan, een ‘wijk’ met vele decors voor Bollywood films. Eenmaal daar vraagt een bewaker zonder blikken of blozen 250 euro om een uitzondering van entree voor toeristen te maken. Buiten het feit dat dat natuurlijk al veel te veel geld is om iemand om te kopen, is het hier helemaal bizar. Voor 2,50 euro kun je al prima en uitgebreid dineren. De vele billboards van Bollywood-films verrieden de aanwezigheid van Bollywood wel, maar meer dan dat hebben we ook niet kunnen ontdekken.

De dag erna reizen we af naar de wijken Fort en Colaba. Hierin is de Brits-koloniale stijl terug te vinden. Ieder gebouw doet Europees aan. De bananenkraampjes, straatkoks, etc. zorgen dan ook voor een uniek beeld. Qua gebouwen kun je denken aan Gateway of India, bibliotheken, hooggerechtshof, universiteit en een geweldig treinstation. Het is erg leuk om de Indiase chaos in een Europese context te zien. De dag sluiten we af in Malabar Hills, een rijke buurt in een tuin met uitzicht over Mumbai. Helaas zie je in de tuin vrijwel niets van Mumbai, behalve bij een heel kleine uitsnede in de struiken. Dat mag de pret echter niet drukken, want daar was het zeker indrukwekkend om deze gigantische stad te kunnen bekijken.

In Mumbai werden we ook door iedere taxi-chauffeur opgelicht die ineens een veel hogere prijs vroeg dan afgesproken was, waarbij nog het ergste was dat het hotel tot twee keer toe de kant van de chauffeur koos. Daarnaast is het verkeer in Mumbai een dusdanig probleem dat je altijd lang onderweg bent. De afstand maakt dan maar weinig uit.

Al met al was het alweer een totaal andere wending in dit land en zeker niet te missen.