Jeffrey’s conclusie: De gecontroleerde chaos

Niels en ik schrijven beide nog één laatste en concluderende blog post over Japan. Dit is mijn versie. Buiten de posts over de verschillende steden speelt deze meer in op hoe Japan op mij is overgekomen. Ik vind het wel belangrijk dat je weet dat ik dit vanuit mezelf schrijf en dat alles is zoals het op mij overgekomen is. Geen enkele bewering is een feit. De mensen die veel met me discussiëren weten dat ik niet zo blij ben met de huidige situatie en ontwikkelingen in Nederland en daarom vergelijk ik dit graag met wat ik in Japan zag. 

Ik wil graag beginnen met het feit dat Japan mijn ogen heeft geopend. Je weet dat als je open staat voor andere culturen, dat je tijdens intercontinentale reizen heel veel leert. Natuurlijk gebeurt dit ook binnen Europa, maar de cultuur shocks, waar je naar mijn mening het meest van leert, komen hier vrijwel niet voor. Door de Aziatische landen waar ik geweest ben, heb ik veel geleerd over andere religies dan het Christendom. Door Cuba heb ik geleerd wat het communisme  betekent voor mensen daar en zag ik met eigen ogen wat het doet met een land. Het is allemaal interessant en het verrijkt de kijk op de wereld, maar ook die op je eigen land. Japan heeft mij vaak met open mond laten zien wat zij kan. In de blog posts hebben we misschien wat lachwekkend gedaan over Japanezen, maar ik heb diep respect hoe zij het land staande houden. Een aantal voorbeelden wil ik hier bespreken.

Gecontroleerde chaos door aan de groep te denken en niet aan jezelf.

Japan is heer en meester in het controleren van chaos. Metropool Tokio is zoals je waarschijnlijk weet één van de grootste steden ter wereld. De metro en straten zijn drukker dan ik me had durven voor te stellen, sterker nog: Shinjuku heeft het drukste metrostation ter wereld! Wat mij enorm aan het denken heeft gezet is hoe dit allemaal zo in structuur blijft. De metro’s zitten helemaal vol, maar je hoort niemand klagen, iedereen weet wat ze moeten doen en mensen drukken zichzelf overal tegenaan om iemand erin te laten. Mensen stappen de metro uit om anderen eruit te laten. Vergelijk dit met Nederland. Het land waarin iedereen klaagt, want ja, een mening hebben maakt je ‘een persoon’. In de treinen doen mensen alsof ze bijna doodgaan als het druk is in de zomer. Opstaan voor ouderen? Natuurlijk niet! De conducteuren lopen in Japan naar buiten om blinde en oude mensen naar binnen te brengen en zorgen ervoor dat ze op het juiste punt er weer uitkomen. Voor mij was dit echt een openbaring en ik vond het prachtig om te zien. Lonely Planet waarschuwde me al voor het feit dat je constant gaat denken van: “Waarom doen wij dit niet zo in ons eigen land?” Precies, dat gevoel had ik dagelijks.  Soms ben je niet superieur aan de mensen om je heen, wat veel Nederlanders blijkbaar wel denken.

Het volgen van regels.

Betutteling mag voor velen dan een negatieve associatie hebben, in Japan is het misschien wel de kern van de huidige situatie. Overal staan mooie tekeningen met de regels. Hier mag je niet fietsen. Hier mag je niet roken in het openbaar. Hier moet je rijen maken. Hier mogen alleen vrouwen komen. Hier moet je oversteken. Hier mag je geen foto’s maken. Hier mag je niet eten/drinken. Deze lijst gaat bijna oneindig door. Er is duidelijkheid. Japanezen weten waar ze aan toe zijn en vooral ook dat ze zwaar in de problemen zitten als de regels wel overtreden worden. Ik wist dat Japan daar ver in ging, maar wat mij verwonderde is dat iedereen zich eraan houdt. Niemand overtreedt regels. Ik heb in drie weken tijd niemand zien voordringen, niemand troep op straat zien gooien (er staan bijna geen prullenbakken maar zoeken naar troep zal je lang gaan duren), niemand kwaad zien worden, niemand zwart zien rijden. Mochten er geen foto’s gemaakt worden? Niemand deed het (behalve de westerse toeristen natuurlijk en Niels en ik konden dat ook niet altijd laten). Natuurlijk heb je wel wat ondergrondse overtreders en criminaliteit, maar daar merkte ik zelf niets van. En dat niemand kwaad wordt ligt natuurlijk ook deels aan de cultuur waar het tonen van met name negatieve emoties voor enorm veel gezichtsverlies zorgt. Ook nog een mooie is dat ze enorm betrokken zijn bij hun baan. Ze rennen wat heen en weer voor de klanten. Precies zoals het zou horen. Het is leuk om te zien dat regels geaccepteerd worden en dat de structuur die daaruit ontstaat de mensen helpt om een normaal leven te kunnen leiden.

Respect tonen aan de medemens.

Toen ik nog als 10-jarige op judo zat kwam ik natuurlijk wel wat in aanmerking met wat Japanse gewoonten. Één daarvan was het tonen van respect aan je tegenstander door te buigen. Hoewel hier een zwaar hiërarchische ondertoon bij komt kijken (waar ik absoluut niet van houd), vind ik het toch iets moois. Waar je ook klant bent, ze buigen voor je. Soms iets te diep. Kom je ze tegen op rustige stukken, dan volstaat een kleine buiging bij het langslopen als groet. Het is enorm simplistisch, maar het toont respect. In Nederland doen velen dat door ‘u’ te gebruiken, waar vervolgens dan weer niets van gemeend wordt. Ik ben groot voorstander van ‘geen woorden, maar daden’. Nederland is meer van de woorden, Japan meer van de daden. Zeggen dat je iets doet of vindt, staat nog niet gelijk met het daadwerkelijk doen. In Japan lijkt het een gemeende buiging. Althans, kijkend naar het totaalplaatje waar mensen meer aan anderen denken in plaats van alleen aan zichzelf.

Conservatisme is niet negatief. 

Buiten de vele traditionele feesten, zie je veel mensen vasthouden aan hun tradities. Niet alleen bij het dragen van kimono’s, maar ook het bezoeken van de tempels en vast te houden aan traditionele huiselijke inrichting. Op zich is dit niet zo vreemd voor een Boeddhistisch/Shintoistisch land, maar het wordt vooral ook door anderen gerespecteerd. Hier wordt conservatisme vaak als negatief gezien en krijgen Christenen een steeds negatievere klank. Heb je principes? Boeiend, die gooi je toch even overboord om mee te gaan met de progressie.

Maar een land kan natuurlijk niet alleen maar positieve dingen oproepen?

Dat klopt. Japan heeft genoeg eigenschappen die heel erg negatief zijn. Legale kinderporno wat je in simpele winkels gewoon openlijk ziet liggen, de walvissenjachten die maar niet lijken te stoppen en natuurlijk de niet te onderschatten schaamtecultuur met alle zelfdodingen die daaruit voortkomen. Het is geen land waarin ik zou willen wonen. Het is altijd druk in de steden, maar aangezien je die drukte wel drie weken kunt volhouden is het een fantastische afwisseling van je dagelijkse, rustige leven in Overijssel of waar dan ook in Nederland. Nederland heeft genoeg dingen beter geregeld dan in Japan, maar juist daarom zou je verwachten dat het niet zo heel erg lastig hoeft te zijn om te veranderen naar een land die zich onderscheidt met tradities en positieve associaties heeft. Misschien dat je dan nog eens trots kunt zijn om te zeggen dat je uit Nederland komt, zonder te horen te krijgen dat je een drugsgebruikende hoerenloper bent.

Heb jij geen hekel aan betutteling, tradities en het denken aan anderen? Dan is Japan precies iets voor jou en zou  ik het iedereen aanraden om te bezoeken.

Eten, eten, eten. Dat is Fukuoka.

Vandaag is alweer de laatste dag van de vakantie. Drie weken lang hebben we ons kunnen vergapen aan de Japanse cultuur, maar ook daaraan moet een einde komen. Fukuoka, waar we nu zitten, was meer een tussenstop voor het terugvliegen naar Tokio. Toch kan ik zeggen dat ik erg blij ben hier geweest te zijn.

Waar we in Tokio het stadsleven konden aanschouwen, in Kyoto de tradities konden bewonderen en in Hiroshima de gevolgen van de oorlog konden bekijken, zitten we in Fukuoka met name goed voor het eten. Daarbij komt nog eens dat Fukuoka de derde stad is met de meeste tempels in Japan. Na Nara en Kyoto.

In Fukuoka doen we het rustig aan. De stad zelf is wel oke, de tempels zijn de oudste van Japan (via China begon het leven in Japan op het eiland Kyushu, waar Fukuoka de belangrijkste stad van is) en zijn dus al snel heel erg anders dan de ‘nieuwere’ tempels. Toeristen zie je hier eigenlijk niet, buiten Koreanen dan, want die zijn hier in overvloed. Vandaag nog naar de grootste bronzen Boeddha afreizen die slaapt en blijkbaar zo groot is als het vrijheidsbeeld.

Wat eten betreft hebben we het hier dus zeker goed. Na gisteren goed gevulde ramen (noodles soep) gegeten te hebben en eergisteren kennis hebben gemaakt met de ‘food stalls’ hier, kunnen we zeggen dat de keuken fantastisch is. Het grappige van die food stalls is dat we het pas gisteren wisten. We aten Yakitori voor 10 euro, maar dat waren maar vijf hele kleine vleesstukjes. Later kwamen we er dus achter dat het de bedoeling is om bij dit soort stalls meerdere gerechten te bestellen. Maar je gaat budget of niet, dus wij hadden maar besloten om gewoon weg te gaan. Vandaag nog even op zoek naar Sushi.

Morgen vertrekken we om 7 uur in de ochtend (12 uur in de avond in Nederland) en komen we rond half 10 ’s avonds in Amsterdam aan.

De gevolgen van de atoomboom en mannen in pampers

De dagen zijn voorbij gevlogen. Het lijkt af en toe dat we maar weinig gezien hebben, maar dan bekijk je de foto’s en kom je erachter dat je eigenlijk gewoon veel vergeten bent. Nou ja, vergeten. Het zit meer zo dat je van het ene hoogtepunt in het andere gegooid word. Zo zijn Tokyo en Kyoto dus voorbij gevlogen en kunnen we ons nu nog gaan vermaken in Hiroshima en Fukuoka. 

Buiten de vele tempels in Kyoto, hebben we nog een paar mooie dagtrips gemaakt. Zo zijn we langs Nara geweest, wat vooral bekend staat om haar gigantische koperen Boeddha en herten. Herten waar de Japanezen erg bang voor zijn. Heel apart om duizenden herten in een stad te zien lopen.

De andere trip was Hime-ji, het grootste kasteel in Japan. De hindernissen die vroeger overwonnen moesten worden waren echt geweldig om te zien. De muren waren zo gebouwd dat het makkelijk leek om ze te beklimmen, maar dat ze aanvallers er later achter zouden komen dat ze gewoon niet meer omhoog kunnen of gewoon vallen. Overal zag je gaten voor hete olie en om pijlen te schieten. Tof dus. En dan heb ik de ninja bewakers nog niet eens genoemd. Of delen waar ‘seppuku’  kon worden uitgevoerd: rituele zelfmoord uit schaamte. Het grootste deel van het kasteel was trouwens onder constructie en konden we helaas niet zien. Op de weg terug naar Kyoto zijn we Osaka nog even binnen geweest om de neon-verlichting in meest extreme variant te aanschouwen. Leuk, maar zelf vonden wij het vergelijkbaar met Shinjuku in Tokyo, maar dan wat verpauperd.

Ook Hiroshima heeft alweer zijn tweede dag erop zitten. Waar we gisteren met name in de geschiedenis zijn gekropen van Hiroshima, zijn we vandaag naar Miyajima gegaan voor een ‘drijvende’ poort, een toffe trail en het eiland zelf. Het vredespark is indrukwekkend. Overal draait het om de atoombom die in 1945 op Hiroshima werd gegooid. Hele mooie monumenten, een gebouw dat de bom zo’n beetje als enige heeft overleefd en natuurlijk het museum. In het museum zag je buiten verschrikkelijke foto’s en video’s ook voorwerpen. Stoepstenen die helemaal versmolten waren, mensenhuid op sterk water, kleding en voorwerpen als fietsjes en speelgoed.

Miyajima is een eiland in de buurt van Hiroshima. Vroeger stond het bekend als een heilig eiland. Daardoor mochten niet-heiligen het eiland niet betreden. Voor hen is een shrine en poort gemaakt die allemaal boven het water staan. Door de grond niet aan te raken, konden bezoekers toch komen. Na een mooie Boeddhistische offerceremonie, kwamen er ineens allemaal mannen in pampers uit alle hoeken van het eiland. Mensenpiramide maken om een bal van een hangend platform te pakken. De trail die we daarna in 3,5 uur liepen stond weer in het teken van mooie natuur vol met herten, kleine tempels en een beloning in de vorm van een geweldig uitzicht over Hiroshima, andere eilanden en nog wat steden. Alweer de derde hike van minstens 500m hoog.

Morgen nog een mooi kasteel bezoeken en op weg naar de laatste bestemming: Fukuoka.

Het contrast: Tokyo en Kyoto

Zoals de stadsnaam al doet vermoeden is Kyoto hetzelfde als Tokyo, maar net even wat anders. Als je per se wil kan je in beide steden hetzelfde vinden, maar de prioriteit ligt duidelijk anders. Waar To-kyo de nadruk legt op het stadsleven en de bizarre moderniteit van de Japanse maatschappij, legt Kyo-to de nadruk op het mooie traditionele van de samenleving. In Tokyo vind je genoeg tempels, in Kyoto kan je jezelf prima in het nachtleven bevinden of in lawaaierige gamehallen spelen. 

“Do you speak Japanese? No? Did you check-in?” “No”, zei ik. “Check in now, do it!”, zei de onzekere Japanse man. Zoals we bijna dagelijks een Japanner in verlegenheid brengen doordat het moeilijk is om met hun vriendelijkheid om te gaan. Zo begon de reis naar Kyoto in de nachtbus. Ongemakkelijk gesprekjes van Japanners die graag willen helpen, maar niet goed genoeg Engels spreken om het te durven. Heel leuk is het wel. Moeilijk om niet de slappe lach te krijgen tijdens het gesprek. Nog twee hele mooie voorbeelden die we nu nog niet hebben geplaatst:

“Please speak louder, I’m very interesting in Engrish” – een Japanse kale man in de Tokiose metro die na wat gekke geluidjes besluit om met ons te praten en denkt dat wij Engels praten tijdens het Nederlands praten. Wij besloten hem het plezier te gunnen.

“Eighteen ten, eigh…teen ten? No! Full!” – een Japanse buskaartverkoper die van zijn stuk is als ik vraag of we de bus van 18:10 kunnen nemen, nadat hij al had gezegd dat alle bussen van die dag vol zaten. Dit is alvast de legende van de vakantie en we zijn hem nog meerdere malen tegengekomen, elke keer weer iets grappigs. Wat een held.

Dan weer over op Kyoto. Eigenlijk hebben Niels en ik heel Kyoto al gezien in een volle dag door om de stad heen te fietsen en constant verdwaald te zijn, maar alles wat daarbinnen zit moet nog wel even goed bekeken worden. Het leuke is dat je tijdens het verdwalen op onverwachte tempels en parkjes stuit. Zulke tempeltjes hebben niet alleen weinig bezoekers, maar zijn ook verrassend mooi. Tempels in Japan zijn sowieso behoorlijk goed onderhouden. Prachtige kleuren, poorten, boeddha’s, leeuwen, vossen, mannen met grote neuzen, generaals, goden. Het is er allemaal en wordt door de Japanezen enorm goed bewaakt. Zo is het best lastig om foto’s te maken van Boeddha en andere heilige beelden. Zo ondervonden wij ook vandaag tijdens het bezoeken van de Sanjusangen-do tempel. Hierin staan 1001 beelden van de ‘Goddess of Mercy’, elk beeld heeft 40 armen die staan voor 1000 armen. Je kunt je vast wel voorstellen dat dit best wel een epic gezicht is. Jammer alleen dat camera’s in beslag werden genomen als je een foto maakte. En daar waag ik me dan weer niet aan.

Het bekijken van een tempel in de Mt. Kurama ten noorden van Kyoto was ondanks de regen ook enorm gaaf om te doen. Hier werd al snel duidelijk dat ook Japan prachtige natuur heeft. Dat wisten we natuurlijk wel, maar Tokyo en Kyoto zelf hebben maar weinig groene gebieden. Ook een prachtige gouden tempel en het doorlopen van 1000 oranje poorten hebben grote indruk op ons gemaakt. Over de andere tientallen tempels die we nu gezien hebben, hoef ik niet zoveel te zeggen. Behalve dan de Zen-tempel van Daitoku-ji, waar Niels en ik ons even in een andere wereld bevonden en eens flink zen konden worden in een rustig tuintje.

Ook het eten is hier weer net wat anders dan in Tokyo. Zo at ik op een rustige zaterdagochtend twee broodjes met vis. Iedereen die mij een beetje kent weet hoe ranzig ik vis vind. Alleen door een laagje erover heen, had ik het niet direct door. Toen ik de schubben zag, was het kokhalzen nabij, maar ik hield me goed in. Ik was te naief om te denken dat het een soort van frikandelbroodje met hamburger was. Maarja, dan kan je je weer afvragen wat ik met een hamburger om 10 uur ’s ochtends moet. Verder is het eten trouwens erg lekker in Kyoto. Na mijn Japanse pannenkoek, Okonomiyaki, wat eigenlijk meer een omelet is, ben ik erg tevreden over de keuken hier. Rijst, kip, miso soep en ramen blijven ook erg lekker en daar kan ik de tweede helft van de vakantie zeker goed op teren.

Disney vol met Japanezen en het paradijs voor gamers

De harde gitaarriffs van een goede metalcore band vliegen rond 7:00 om de oren van Niels en mij. Het is de wekker. Snel eruit , douchen en onze mooiste Disney-smile opzetten om richting Tokio-West te gaan: Disneyland Tokyo! 

Disneyland Tokyo

Je vraagt je af wat ons bezielt om in Japan naar Disney te gaan? Heel simpel, nergens anders ter wereld kan je het meemaken dat Japannertjes volledig verkleed gaan in Disney attributen. En het is natuurlijk even een goede rust tussen alle drukke dagen door. In de metro begint het al. Kleine kindjes en volwassenen verkleed in Disney. De Tokiose variant was bijna hetzelfde als de voor mij bekende Parijs. Met een paar belangrijke verschillen: gekke Japanse bezoekers (buiten wat Amerikaanse westerlingen waren er nauwelijks westerlingen), Japanse medewerkers in cowboypakjes, ruimtepakken, Mickeypakken, etc. Prachtig om te zien. Nog meer aanwezig was wat ons al opgevallen was in Tokio zelf. Je ziet nergens troep en ze beheersen de controle van grote menigten perfect! Iedereen luistert naar de Disney medewerkers, niemand dringt voor en zo kan iedereen doen wat de bedoeling is. Ik heb niemand iets zien doen wat volgens de regels niet mag. Ongekend dus. Dit alles maakte Disney Tokio enorm leuk en een goede aanvulling op Parijs, Florida en LA voor de mensen die daar zijn geweest.

Akihabara

Deze wijk in Tokio is het gamer’s en manga paradijs van de wereld. Overal waar je kijkt zie je gebouwen van 7 verdiepingen vol met gokautomaten, game consoles, arcades en ga zo maar door. Elk genre wordt aangeboden. Van ritme games (een supersnel dansende Japanner zoals ik het alleen maar ken uit South Park en andere zieke level Asians die sneller met hun vingers zijn dan ik uberhaupt had kunnen voorstellen) tot strategie games en van LAN robot gevechten tot vechtgames. Het zag er allemaal waanzinnig mooi uit. Door de wijk heen liepen allemaal Cosplayers (mensen die zich verkleden tot een karakter uit games, films, boeken, etc.). Het zorgde voor een bizarre sfeer. Het toppunt was alleen nog meer bizar. Van alle manga die we zagen zat zeker 70% tegen hentai (getekende porno) aan, 10% was hentai en die andere 20% was normale manga. En om er nog een schepje bovenop te doen: deze winkels zaten helemaal vol met jongens en mannen die zonder enige gene alles bekeken. En ik kan je vertellen, die gekke Japannertjes zijn wel creatief en wat dit betreft behoorlijk ziek. We hebben de meest bizarre dingen voorbij zien komen. Oh ja, wat ik nog vergeten was te vertellen is dat de gokhallen pijn doen aan je oren. Stel je voor dat 150 tv’s op stand 40 door elkaar heen schreeuwen om aandacht. In dat lawaai gamen/gokken mensen uren achter elkaar. Na vijf minuten heb je al een flinke piep in je oren.

Kortom, twee prachtige laatste dagen in Tokio. Ik type dit al vanuit Kyoto, waar we deze week nog zeker een update op de site zetten. Dan zie je het wel langskomen.

Mount Fuji kent geen genade…

De maan verschuilt zich achter een gordijn van akelige donkere wolken terwijl een lint van verlichte klimmers zich door de gitzwarte nacht over een moeilijke begaanbaar pad naar boven probeert te banen. Het is midden in de nacht, een uur of twee, maar langs flanken van de Fuji-vulkaan beproeven duizenden klimfanaten hun geluk om ’s nachts de top van deze Japanse reus te bereiken. De berg is tien maanden van het jaar gesloten voor klimmers en wandelaars wegens de sneeuw die de weinige paden naar boven onbegaanbaar en gevaarlijk maken. Juli en augustus zijn de maanden wanneer de hoogste berg van Japan zich gastvrij opstelt. Alhoewel, ook nu is voorbereiding en respect tonen voor de berg een noodzaak. Een beklimming is geen makkelijk karwei, zo ondervonden wij, op een kille augustusnacht.

‘Oh come on, look at that line!’, roept de Amerikaanse klimmer recht achter ons als hij aansluit in de lange rij die er staat, aan het begin van het pad van de Fuji-berg. Jeffrey en ik delen zijn gedachte. De rij met voornamelijk Japanse klimmers ziet er lang uit, en er lijkt geen schot in de zaak te zitten. ‘Laten we inhalen, anders zijn we nooit binnen vijf uur boven’, zeg ik ongeduldig kijkend op mijn horloge dat elf uur ’s avonds aangeeft. Ons doel is om voor vier uur ’s nachts boven te zijn om de zonsopkomst vanaf een indrukwekkende plek te aanschouwen. Met een lange rij, veelal vijftigplussers, voor ons zou dat plannetje wel eens in het water kunnen vallen denken we hardop. Jeffrey ziet aan de zijkant van het pad een gaatje. Nou is het pad zelf al geen pad meer te noemen, de zijkant daarvan is een pure marteling voor de ledematen, ondervinden we als we ons als aapjes langs de wachtende stoet hijsen.

De twee Amerikanen, die even daarvoor net als ons ongeduldig achter de wachtende polonaise van Japanse klimmers stonden, volgen ons voorbeeld. Het zal er heldhaftig uitgezien hebben, vier Westerse klimgeitjes die over de haast onbegaanbare en steile rotswanden langs alle verbaasde Japanners klauterden alsof ons leven ervan afhing.
‘Much better, right?’, roep ik naar de Amerikaan achter mij. ‘Hell yea, we’re in the fastline!’, roept hij zwaar ademend naar boven.

Nadat we een groot deel van de rij hebben ingehaald, en al enkele uren op de berg hebben doorgebracht, gunnen we onszelf wat rust en nuttigen wat water en brood dat we in onze rugzak mee hebben genomen. Naast wat proviand bestaat onze uitrusting uit wandelsokken, een trui, een regenjack, een col, handschoenen en niet te vergeten een koplampje. Deze stukken uitrusting zijn voor vertrek uit Nederland al bij elkaar geraapt. Een goede voorbereiding is het halve werk.

Naarmate de nacht vordert en we langzaam maar zeker dichter bij de top komen wordt het steeds kouder en duisterder. We zitten inmiddels boven het wolkendek en de handschoenen, trui, col en regenjack zitten goed om ons vege lijfje gepakt. Terwijl we steeds rijen van treuzelende Japanners inhalen beginnen we ons plots dizzy en laveloos te voelen.

‘Het zal de vermoeidheid wel zijn’, zeg ik terwijl ik tollend op mijn benen sta. Ik heb moeite om me op de steile wand staande te houden, en moet me steeds vaker met zowel handen als voeten naar boven zien te krijgen.
Naast de duizeligheid komen ook hoofdpijn en buikpijn zich bij de klachtenlijst voegen.

Het klimmen is al een paar uur geen pretje. We halen steeds minder wandelaars in, en besluiten uiteindelijk om maar gewoon in de rij te gaan staan richting top. Bij elk mogelijk stuk waar we kunnen rusten, stoppen we even. We gebruiken onze rugtas als kussen en sluiten de ogen voor enkele minuten, in de hoop dat we ons beter gaan voelen.

De rustpauzes ten spijt, het akelige gevoel blijft ons tegenwerken. De top lijkt steeds langer en verder van ons verwijderd als we naar boven kijken. De laatste loodjes wegen het zwaarst wordt vaak gezegd; geloof me, daar is op Mount Fuji geen woord aan gelogen.

We ploeteren verder in een slakkentempo, hopende dat de top snel in ons blikveld zal opdoemen. We passeren Kawaguchiko 8,5th station, een berghut waar klimmers kunnen rusten. We besluiten direct door te gaan. Niet veel later lopen we onder een traditionele Japanse poort door, bewaakt door een leeuwenbeeld aan beide zijdes.

Dan, omstreeks kwart voor vier bereiken we al puffend en hijgend de top. Het wemelt er van de wandelaars, die vlak voor ons het hoogste punt bereikt hebben. Na enkele minuten richt iedereen zich op de horizon. De zon begint haar eerste stralen op de aarde te werpen. Het is een magnifiek schouwspel als de zon zich door het wolkendek vecht.

Na enkele foto’s te hebben genomen besluiten we ons weer naar de voet van de berg af te laten dalen. De duizeligheid en misselijkheid is nog in alle hevigheid aanwezig terwijl we via hetzelfde pad naar beneden klimmen. Een slechte keuze komen we al snel achter. Even verderop ligt het pad voor de afdaling, die er een stuk aangenamer uitziet.

Na enkele ongemakkelijke kilometers, waarbij we omhoogkomende klimmers moeten ontwijken, bereiken we de juiste afdaalroute. Ik heb inmiddels afscheid genomen van de lichaamelijke ongemakken en dwarrel vermoeid maar voldaan langs de zig-zaggende-route naar beneden. Jeffrey heeft minder geluk, en geeft om de zoveel meter over.

‘Ik heb wat geels uitgekotst, ik ben niet misselijk meer’, zegt hij lachend. De afdaling gaat met een weer fitte Jeffrey sneller dan eerst en we bereiken na vele uren afdalen de voet van de berg. Daar wacht een gigantische stortbui ons op.
De poncho in onze rugtas redt ons vermoeide lichaampje van de verdrinkingsdood en we stappen uitgeput de bus naar Tokio in.

Terwijl we meer dood dan levend in de busstoel hangen komen we tot de conclusie dat we hoogteziekte hebben opgelopen. De oorzaak: te snel klimmen. Mount Fuji kent geen genade, zelfs niet voor twee goed voobereide sherpa’s uit de Lage Landen.

Nikko: het heiligdom uit de Edo-periode

Tokio met haar grote, indrukwekkende gebouwen en haar enorme hektiek is wat voor velen misschien het echte Japan is. Echt is het zeker, tof is het ook zoals je al in Niels’ blogpost al kon lezen. Maar Japan zoals ik het zelf zie, mwah, dat niet echt. Dan denk ik toch echt aan de Boeddhistische cultuur, traditionele tempels en een mooie natuur. Daarom wilde wij als twee kleine nep Boeddhistjes een dagtrip maken die al deze kenmerken wel zou hebben: Nikko. 

Nikko is een ‘dorpje’ in de Japanse Alpen op ongeveer 2,5 uur per trein van Tokio vandaan. Om uit Tokio te komen is al een opgave an sich. Je rijdt door gigantische buitenwijken heen met saaie, inspiratieloze gebouwen (wel heel goed bijgehouden) en baant je vervolgens een weg door het prachtige platteland van Japan. De Alpen komen rustig aan beide kanten op om steeds hoger te worden.

Geen eigen foto’s, maar een voorproefje van Google. Onze foto’s en deze computer gaan niet samen.

Eenmaal in Nikko aangekomen kunnen we als eerste een bekende brug genaamd Shin-kyo aanschouwen. De lokale inwoners geloven dat de oprichter, en tevens eerste shogun (soort van leider)  van dit gebied, een monnik genaamd Shodo Shonin, op de wateren onder deze brug op twee gigantische slangen over het water heen werd vervoerd. Het verhaal van Nikko was dan ook terug te vinden in een klein museum waarin verschillende god-achtigen (Boeddha is geen god, dus wat voor goden dit zijn weet ik ook niet) of zelfs de verschillende shoguns van de eerste periode. Maar hoe dan ook, je zag schilderijen van mensen die stonden voor lava. Zo werd het gebied gevormd. Erg interessant om te zien hoe ze in andere culturen tegen de ontwikkeling van bijvoorbeeld bergen aankijken.

Nog leuker om een Japanse meneer te vragen of hij ons op de foto wilde zetten, waarop hij enorm zenuwachtig en verlegen reageerde zonder een woord Engels te kunnen. Hij viel bijna van de trap en duwde heel wat Japannertjes omver om onze foto te maken om vervolgens de camera met beide handen en een buiging terug te geven. Prachtig. 

Wat wij verder zagen was heel bijzonder. Prachtige tempels, een pagode, shrines, enorm veel goud en de ene Boeddha nog groter dan de andere. Alles omringd door hoge bomen en gevuld met wierook. De monniken deden hun dagelijkse ceremonies en zo konden wij een mooie ceremonie traditioneel op de knietjes volgen en gewoon doen wat de anderen deden. Japans kunnen wij namelijk niet zo goed. De combinatie van natuur en prachtige details (draken, Boeddha’s, vogels) in en op ieder gebouw dat je tegenkwam was uniek en zorgde voor een fantastische ervaring. Het mocht dan druk zijn, gelukkig was 99% Japans en viel het grappig genoeg niet eens op. Net als in de rest van Japan. Nu hopen dat de klim naar de top van Fuji-san ons goed gaat bevallen.

Tokio: een metropool vol contrast

Met een diepe zucht plof ik op de oncomfortabele stoel in de lobby en nestel mij achter een van de computers die er voor wereldreizigers zoals Jeffrey en ik staan. Aan weerskanten wordt enthousiast ‘geblogt’ door ervaren reisbloggers uit, ik geloof, de VS en Hong Kong.  Ik beleef mijn vuurdoop als ‘blogger’, en waar kan ik die mooier ondergaan dan bij een verhaal schrijven over onze eerste avonturen in het land van de rijzende zon?!

Tokio is onze eerste uitvalsbasis. Een complete week kunnen we genieten van alle fascinerende plekjes die deze gigantische metropool (18 miljoen inwoners) te bieden heeft.
Sinds onze aankomst op 1 augustus bevinden we ons nu drie dagen in de hoofdstad van Japan, en die waren op zijn zachtst gezegd fenomenaal. Ik heb nog nooit zulke beleefde en aardige mensen meegemaakt. Tot aan het absurde aan toe soms. Zo wordt er diep voor je gebogen als je een flesje cola hebt afgerekend, of je toegangskaartje tot een tempel hebt af laten stempelen. Nergens is afval te zien, en van grafitti, vandalisme en asociaal gedrag lijken ze hier nog nooit vn gehoord te hebben. Een verademing af en toe, vergeleken met ons eigen Nederland…

De stad huisvest zeer afwisselende wijken, die elk zijn eigen sfeer of  ‘vibe’ heeft. Zo staat Shinjuku bekend om zijn overdadige neon-reclame borden, zebrapaden met overstekende mensenmassa’s en uitbundige karaoke bars. Een wandeling over de fel belichte hoofdstraat is waanzinnig. Overal staan Japannertjes met Pokemon-hoedjes die kaartjes uitdelen van een restaurant of karaoke-bar. Vanuit elke richting komen hordes mensen op je af. De straten van Shinjuku lijken op een oversized mierennest: druk en haastig.

Het overdadige en gehaaste Shinjuku vormt een groot contrast met de historische en traditionele wijken als Asakusa en Ueno.  Hier bevinden zich fantastisch gedecoreerde tempels en bouwwerken van eeuwen oud. De sfeer is hier zeer rustgevend, en niemand lijkt hier haast te hebben. Zo kunnen Japanners dus ook zijn.

We leggen de nodige kiloneters af in deze overweldigende stad, maar reizen ook een hoop met de metro. Als het ’s middag’s is, en het kwik loopt op naar 35 graden, dan verkiezen we meestal de metro boven de benenwagen. Even ondergronds afkoelen op weg naar een volgende wijk.

Gisteravond is het ons als absolute Pokemonfans gelukt om de enige Pokemonwinkel ter wereld te vinden. De vondst ervan, na twee uur zoeken, werd gevierd alsof we een eeuwenoude piratenschat hadden weten te vinden. Als kinderen in een snoepwinkel hebben we ons vergaapt aan alles wat daar binnen lag. Fantastisch.

Morgen zullen we met de trein naar het noorden reizen voor een dagtrip naar Nikko. Door onze trouwe reisgids, de ‘Lonely Planet’, wordt dit getipt als een absolute highlight. We laten ons verrassen, zoals we dat eigenlijk deze hele reis al doen.

Mijn eerste blog zit erop. Reisbuddy Jeffrey zal jullie morgen vermaken met een blog over de avonturen in Nikko.

 

Sayonora,

Niels