Colombia: het hoogtepunt van Zuid-Amerika

De reis zit er alweer op en ik schrijf dit allerlaatste verhaaltje vanuit de woonkamer in het frisse Nederland. Het verhaaltje over, naar mijn eigen ervaring, het hoogtepunt van Zuid-Amerika. Niet omdat Colombia an sich de hoogtepunten van het continent heeft, maar het totaalplaatje. Colombia heeft geen Iguazu watervallen (Brazilië), Patagonië (Argentinië), Paaseiland (Chili), zoutvlakte (Bolivia), Inka Trail (Peru), Galapagos (Ecuador) of Angel Falls (Venezuela). Colombia heeft de filmische sfeer, de vriendelijkste en meest nieuwsgierige mensen, het continue natuurschoon, de recente gewelddadige geschiedenis en boven dat alles  heeft Colombia unieke pittoreske dorpjes verstopt tussen de bergen waar je u tegen zegt.

Zo begon ik in het voormalige FARC-gebied in het zuiden van Colombia. Met Ipiales als uitgangspunt voor het heiligdom van Las Lajas, een basiliek die in een kloof gebouwd werd omdat er ooit een wonder gebeurde. Indrukwekkend om te zien door de ligging. Wat direct al opviel was dat hier niet zoveel toeristen waren. Blijkbaar vliegen de meeste mensen van Quito in Ecuador naar Bogotá of Cartagena, maar ik ben erg blij dat ik dat niet gedaan heb. Zo kwam ik na Ipiales in Popayan, een witte koloniale stad. De zoveelste van de witte koloniale steden, maar qua onderhoud vond ik deze één van de mooiere. In de buurt lag het dorpje Silvia, waar alle marktlui in dezelfde traditionele kleding liepen: een zwart hoedje, een blauw poncho en een rok. Een stuk minder toeristisch dan Otavalo in Ecuador. Met San Agustin en Desierto de la Tatacoa kom je ineens in een totaal andere regio. San Agustin staat bekend om de vele beelden die er staan (en die ik te paard heb bezocht :’) ) en de cocaïnefabrieken (die sommigen ook bezoeken, waarmee ze dus een bizarre industrie steunen). Tatacoa is een interessante, maar kleine woestijn.

In het centrum van Colombia ligt de hoofdstad Bogotá. Een stad die niet zo boeiend is, met uitzondering van het uitzicht vanaf Monseratt. De stad ligt hoog en kent een koud klimaat, wat ook vooral in de avond te voelen is. Zipaquira, een uur vanaf Bogotá, is een prachtig dorpje wat vooral bekend staat om het zoutkathedraal dat in de mijnen gebouwd is. Alles in de kathedraal is gemaakt van zout en je doorloopt een gang vol met kruizen en lichteffecten die het verhaal van de kruisiging vertellen. Het hoogtepunt hier is verreweg de kerkzaal met een gigantisch kruis (illusie, want het is een uitsnede van een kruis) met veranderende kleuren. Daarna via Villa de Leyva, nog een wit koloniaal dorpje inclusief penispark, Barichara (weer een wit koloniaal dorpje waar ze gezouten mieren eten) en Cucuta naar Venezuela.

Met een pauze van Venezuela, Guyana, Suriname en een dagje Aruba maakte ik mijn rentree in Colombia. Oké, het was nog iets meer dan twee weken extra, maar genoeg om het noorden te kunnen zien, Medellin en de koffiezone. In het noorden maakte ik kennis met het ontzettend toeristische Colombia. Niet onterecht, want het is ook gewoon een schitterende regio. Met Cartagena, één van de mooiste en meest kleurrijke steden waar ik ooit ben geweest werd ik hier in het diepe gegooid. Om half 3 ’s nachts werd ik door de taxi afgezet in het oude centrum van Cartagena bij een hostel die geen plaats bleek te hebben (ik reserveer zeer zelden). Ik moest toen met al mijn eigendommen door de straten lopen op zoek naar een ander hostel. Tijdens deze wandeling liep ik langs de klokkentoren en het bijhorende plein. Wat zich hier afspeelde leek net een filmset. Het woord ‘gezellig’ gebruik ik bijna nooit, maar als er iets is waar dit betekenisloze Nederlandse woord ergens van op toepassing is, is het Cartagena by night. Geweldige muziek, allemaal salsa-dansende mensen, een ‘gezellige’ belichting en dat omringd door gele koloniale gebouwen en niets dat verraadt welk jaartal het eigenlijk is. Toen ik wat feestende toeristen zag in het nabijgelegen Getsemani wist ik dat ik wel een ander hostel kon vinden. Van de verhalen over cocaïne- en, xtc-gebruik in Noord-Colombia zag ik gelukkig niets terug (of ik heb mijzelf naïef genoeg gemaakt dat ik niet meer doorheb wanneer zoiets gebeurt). Cartagena tijdens de daguren is niet minder mooi en is fantastisch om doorheen te lopen op zoek naar nóg mooiere gebouwen, kerkjes en steegjes.

Na Cartagena wilde ik duiken in het Tayrona nationale park vanaf het vissersdorpje Taganga. De goedkoopste duikplaats waar ik zelf ben geweest en op zich ook best mooi. Goed zicht, aardig wat vis en wat koraal. Het noorden sloot ik af met een hike over de berg naar Cabo del San Juan, het mooiste strand van Tayrona. Het was inderdaad mooi, maar ook té toeristisch, waardoor ik verplicht werd om een kwartier verder te lopen naar een minder mooi strand, zonder anderen. De hike zelf ging door een prachtig stukje jungle waar je langs een aantal inheems dorpjes kwam en eindigde bij een palmbos. Je slaapt vervolgens in een hangmat bij het strand, al hadden ze dit echt vele malen toffer kunnen maken.

Mijn laatste daagjes van de reis zat ik in miljoenenstad Medellin, niet zolang geleden de gevaarlijkste stad ter wereld door de liquidaties van drugsbaas Pablo Escobar, nu een hele moderne en vrij stad. Een prachtig metrostation en kabelbanen maken deze stad enorm gemakkelijk te bezoeken en het kent dan ook vele interessante regio’s. Sommigen doen een Escobar tour waar ze daadwerkelijk het huis van de broer van Escobar bezoeken om vervolgens te praten met deze broer over hoe geweldig deze man wel niet was, maar om nou zo’n persoon te steunen gaat sterk in tegen mijn principes. Escobar werd door sommigen gezien als Robin Hood, omdat hij veel deed voor de armen (uiteraard alleen maar voor populariteit), terwijl hij naar zeggen minstens 8000 moorden heeft geregeld. Een man met eigen leger, tanks en een grote hoeveelheid aan bommen. Omdat Escobar wel het Medellin heeft gevormd van deze tijd vond ik wel dat ik zijn graf moest bezoeken en het huis waar hij is neergeschoten. Vanaf Medellin bezocht ik het kleurrijke dorpje Guatapé en mijn laatste stop Salento, waar ik een hike deed door de prachtige Cocoravallei met de reusachtige palmbomen en de koffieplantages. Al met al een prachtig einde van de reis.

IMG_3107
koffie aan het drogen in Salento
IMG_3109
koffie malen
IMG_3111
kopje Colombiaanse koffie
IMG_3113
Cocoravallei
IMG_3129
Kolibrie die vlucht inzet
IMG_3151
kolibrie
IMG_3171
cororavallei

Toen zat ik in de bus van Salento naar Bogota. Terugkijkend op misschien wel de mooiste maanden uit mijn leven. Hoewel ik in Suriname nog zoiets had van ‘als ik nu naar huis moet, dan vind ik dat niet erg’, heb ik in de bus toch een traantje gelaten. Het leven is zo anders dan normaal: je doet iedere dag totaal nieuwe indrukken op, je leert zoveel nieuwe mensen kennen en je ontwikkelt jezelf zoveel meer dan op welke andere manier dan ook. Van de nieuwe mensen heb ik natuurlijk  verreweg de beste band opgebouwd met Marthe. Twee volle maanden 24 uur per dag bij elkaar op de lip zitten is een enorme uitdaging en ik had nooit verwacht dat ik met een onbekende zoveel plezier zou kunnen hebben. En nog steeds hebben we een hele speciale band, wat mij direct al duidelijk werd toen ik bij het afscheid mijn eerste traantje van de reis heb gelaten en heel erg moest wennen toen ik zonder haar door Ecuador heb gereisd. Ben ik veranderd? Nee. Wat volwassener, sociaal wat sterker en beter beslissingen kunnen nemen, maar vooral wat ervaringen in het reizen erbij. Met een aantal prachtige bestemmingen als Paaseiland, Galapagos, Patagonië, Roraima, Braziliaanse Amazone en de Inka Trail heb ik geen geld bespaard, maar het was het meer dan waard.  Op Schiphol werd ik nog ontvangen met “Ubiy is back in the game” door mijn ouders, Sabine en Lindsey. Een goed begin. Voor degene die het niet weet: ‘ubiy(tsa)’ is mijn gamenaam 😉

De eerste treinreis in Nederland deed mij weer terugdenken aan Zuid Amerika. Meer dan zes maanden lang in een gebied waar bijna iedereen vriendelijk is, openhartig en ontzettend nieuwsgierig is. Niet alleen naar toeristen, maar ook naar elkaar. De Nederlandse trein zat weer vol met somber-kijkende mensen, geen woord tegen elkaar zeggend. Jammer, maar zelfs met dat feit zal ik Nederland niet voor een ander land willen ruilen 🙂

* De volgorde van de foto’s is een beetje verpest

DCIM105GOPRO
selfie met taganga
DCIM104GOPRO
selfie met Sanctuario Las Lajas
DCIM104GOPRO
Selfie met de Silvia-markt
IMG_1391
Verkoopsters in Silvia
IMG_1385
Vlees
IMG_1383
Verkoopster en verkoper
IMG_1373
Bijna iedere busrit is als deze
DCIM104GOPRO
Selfie in de woestijn
IMG_1401
Popayan
IMG_1415
Popayan
IMG_1422
Popayan
IMG_1430
San Agustin
IMG_1440
San Agustin
IMG_1477
‘actie’ in de woestijn
IMG_1481
vette cactus
IMG_1510
Bogotá
IMG_1520
Militairen
IMG_1542
Kerkzaal van Zipaquira’s zoutkathedraal
IMG_1561
Van boven
IMG_1582
Villa de Leyva
IMG_1589
Plein van Villa de Leyva
IMG_1645
Mieren
IMG_1650
Barichara
IMG_2818
Cartagena
IMG_2822
Beroemde klokkentoren van Cartagena
IMG_2824
Cartagena
IMG_2833
Cartagena
IMG_2978
Kapucijnaapje
IMG_2986
Eekhoorn
IMG_2907
Parque Nacional Tayrona
IMG_2890
Dorpje
IMG_2881
De bevolking van Tayrona
IMG_2994
Aapje
IMG_3002
Medellin
IMG_3004
Medellin
IMG_3015
Businessdeel van Medellin
IMG_3044
Guatape
IMG_3083
Waar Pablo Escobar vermoord is
IMG_3078
Uitzicht vanaf steen
IMG_3068
Steen
IMG_3062
Guatape
IMG_3053
Guatape
IMG_3085
Pablo’s graf
IMG_3087
Salento
IMG_3091
Salento
IMG_3102
Koffieplukker
Advertenties

Suriname

Suriname was dan alweer mijn allerlaatste nieuwe bestemming tijdens deze trip. Een land die ik per se nog wilde zien. Voor de natuur, de Nederlandse invloed, de mensen en ook omdat ik van veel verschillende personen goede verhalen had gehoord. 









Mijn tijd in Suriname was beperkt tot iets langer dan een week, maar dat vond ik een mooie tijd om een goed idee te krijgen van het land. Direct bij de douane na de ferry vanaf Guyana kon ik na al die tijd gewoon weer Nederlands spreken. Een enorme opluchting, want het is vrij vermoeiend om jezelf al die tijd verstaanbaar te maken in een taal die je niet beheerst. Vanaf de eerste momenten tot de vlucht naar Aruba ben ik verrast door de vriendelijkheid van de Surinamers. De vele grappen, maar ook het direct willen helpen zorgen ervoor ik de vriendelijkheid en openheid hier heb ervaren als één van de beste in Zuid Amerika. En wat ook al gauw genoeg opviel waren de kooitjes met kleine vogeltjes die veel mannen de hele dag met zich meesleepten, vooral net buiten Paramaribo. Hilarisch om te zien. 

Ik begon met een tocht door de binnenlanden op weg naar de Blanche Marie vallen. De omgeving was prachtig, de vallen waren best leuk om te zien. Het eerste ontging mij denk ik een beetje doordat ik toch al best een tijd in primair regenwoud had gezeten in Venezuela en Brazilië, waardoor ik het niet echt meer kon waarderen. De vallen waren helaas erg droog en daardoor net iets meer dan een normale stroomversnelling. Daarnaast ging er wat mis met ons vervoer, waardoor de hele opeenstapeling erg teleurstellend was. Als afsluiter bezochten we nog een dorpje Apoera. Best leuk, maar voor Zuid Amerikaanse begrippen heb je er echt helemaal niets te zoeken. 

Met een positief gevoel wilde ik de rest van de dagen in Suriname goed besteden. Paramaribo is een vrij leuke stad met een groot aantal witte, houten gebouwen, Nederlandse forten en een vrij chaotisch karakter. Naar mijn idee zijn alle herkomsten hier, in tegendeel tot Guyana, goed gemixt en dat is ook goed te zien aan de vele religieuze gebouwen die allemaal dichtbij elkaar gebouwd zijn. Alles is net als in Georgetown slecht onderhouden, ook hier hangt het verf er in vellen bij. Vooral Fort Zeelandia vond ik leuk om te bezoeken met een prima museum en het voelt echt alsof je in een Nederlandse binnenstad bent, ook al is het maar heel klein. Verder fietste ik nog naar Fort Nieuw Amsterdam en de plantages Mariënburg, Frederiksdorp en Peperpot. Voor Nederlanders allemaal erg interessant, voor mensen met een andere nationaliteit niet zo boeiend. De 5% niet Nederlanders die ik sprak vonden het buiten de sfeer dan inderdaad ook niet zo fantastisch. 







Suriname is een ontzettend toegankelijk land. Alles in eigen taal, overal wel ergens een tour naar toe, supervriendelijke mensen en ik kan mij weinig inbeelden wat er mis zou kunnen gaan. Behalve voor mensen die er niet tegen kunnen als alles 1-2 uur later gebeurd dan gepland. Voor backpackers is het alleen veeeeel te duur en het heeft dan ook echt meer gekost dan vele landen waar ik een maand heb gezeten. Toch ben ik blij dat ik het eens heb mogen ervaren 🙂 Een hele mooie toevoeging aan mijn trip. Mijn laatse verhaal over Colombia komt wanneer ik weer in Nederland ben (20 maart). 

Georgetown (en Guyana)

 

Stadhuis

 

Vanaf Manaus reed ik via Boa Vista naar de Guyanese grensstad Lethem. In Lethem werd al snel duidelijk dat ik 8 uur moest wachten voordat het busje naar Georgetown zou vertrekken, een 16-uur durende tocht over een slecht onderhouden zandweg, over de savanne en door de jungle. Onderweg stopte de chauffeur en vertelde ons dat we onze hangmat moesten ophangen om te gaan slapen. Diep in de nacht vertrokken we weer en uren later kwam ik aan bij het stadhuis van Georgetown.

Eigenlijk was Georgetown niet veel meer dan een tussenstop om naar Suriname te gaan. Helaas werd mij hier verteld dat ik een Surinaamse toeristenpas nodig had en de ambassade was die dag al gesloten. De dagen erna waren zondag en mashramani (carnaval op ‘Republic Day’), dus ook gesloten. Na carnaval kon ik dan eindelijk mijn pas aanvragen en de dag daarna vertrekken met een busje naar Paramaribo.

Georgetown is een unieke stad voor Zuid-Amerika. In de stad wonen Creolen, Chinezen en Hindoestanen, en nooit zag ik mensen samen van een verschillende groep. De gebouwen en de voertaal laten zien dat Engeland er een grote rol heeft gespeeld. Alle gebouwen zijn slecht onderhouden en hebben last van afbladderende verf. De stad is ongelooflijk smerig en ik heb zelden zoveel zwervers gezien. Toch heeft de stad een interessante sfeer en werd carnaval op een leuke manier gevierd. Oké, zelfs meisjes van een jaar of vijf waren aan het daggeren, de muziek stond zo hard dat alle autoalarmen om de zoveel seconden afgingen en de sfeer voelde niet zo veilig. Aan het eind van de dag had iedereen genoeg alcohol naar binnen gegoten en ontstonden er wat opstoppingen. Tijdens zo’n opstopping begonnen ineens flink wat jongens te vechten en kon ik nog net de hand van een zakkenroller uit mij rugzak slaan. Hij had nét niet mijn GoPro te pakken.

 

De stad was sowieso best vreemd. De hele dag werd ik ‘white boy’ genoemd, soms leuk en soms intimiderend. Ik heb verschillende straatraces gezien waar ze echt bizar snel reden en ik nog steeds afvraag hoe niemand geraakt werd. En de dierentuin heeft hokjes waar de dieren net inpassen.

Ecuador & Galapagos-eilanden

Ecuador was het laatste land waar Marthe en ik samen zouden reizen en de reis werd afgesloten met een bezoek aan de fantastische Galapagoseilanden.

We maakten kennis met Ecuador, een land dat sinds een paar jaar haar eigen valuta heeft omgewisseld met Amerikaanse Dollars, in een gigantische busterminal X winkelcentrum in Guayaquil. De terminal waar we nog veel vaker geweest zijn. Na de oplichting in Mancora, moesten we direct van Guayaquil in de nacht naar Cuenca. Deze stad wordt door backpackers veel overgeslagen. Erg zonde blijkt, want de stad heeft prachtige gebouwen, is goedkoop en heeft een heel prettige sfeer.

Oud en Nieuw hebben we gevierd in Montañita. Een klein hippiedorpje aan het strand. Buiten O&N zelf viel alles hier tegen. Het strand was zo druk als in populaire Franse en Spaanse badplaatsen, de golven waren niet goed om te bodysurfen en de hippies die dit tot een hippiedorpje maakten, waren helemaal geen hippies. Het waren allemaal nare pretentieuze lui die de hele dag door wiet rookten (ook in de slaapzalen), zich stereotypisch kleedden, totaal ongeïnteresseerd in alles buiten henzelf, en hier vooral heel arrogant over deden. Niets met peace en love enzo. Het feest zelf was wel tof. De ene na de andere game-karakter, Disneyfiguur, superheld of wat dan ook beroemd is werd in de fik gestoken waardoor er grote kampvuren van papiermaché poppen ontstonden. De sfeer op het strand zelf was ook erg relaxed met hier en daar een verdwaalde vuurpijl waarvoor iedereen even moest wegrennen.

Guayaquil zelf was een soort van wannabe-Miami (zoals ik mij Miami voorstel). De boulevards zijn echter verschrikkelijk lelijk en de stad zelf heeft ook bijna niets te bieden. De wijk Las Peñas is dan wel weer heel tof. Twee heuvels, midden in de stad, die volgebouwd staan met gekleurde huisjes en smalle straatjes en een goed uitzicht over deze grote stad. Maarja, de stad beschikt over de hoofdingang voor Galapagos.

Galapagos bestaat uit een groot aantal eilanden waarvan er vier bewoond zijn. Wij sliepen op Santa Cruz, Isabela en San Cristobal. Drie eilanden die compleet van elkaar verschillen, zelfs in de dieren die je er kunt vinden. Het water is overal prachtig blauw, de natuur is prachtig en de dieren zijn totaal niet bang waardoor je heel dichtbij wildlife kunt zien zoals je dat ook bij een documentaire op tv ziet. Wij zagen bijvoorbeeld een ‘blue footed booby’ haar kind voeren met een vis. Of een zeeleeuwkolonie inclusief alle familierelaties zien leven. Of een heel klein vogeltje die gewoon op mijn arm ging lopen toen ik ergens zat. Ze trekken zich niks aan van de mens. Dat voelt heel onnatuurlijk aan, maar is fantastish.

Na het vinden van een goedkoop hostel besloten we eerst maar even informatie te winnen over de duiken die we wilden maken en daarin een keuze te maken. In de buurt van Santa Cruz was onze eerste duik bij Gordon’s Rock. Deze duikstek staat bekend om de vele hamerhaaien die binnen een grote krater rondzwemmen op een meter of 30. De duiken waren supervet! Dat je zo dichtbij (misschien een meter van je vandaan) zulke enorme haaien kunt zien had ik nooit verwacht. Het zicht was prachtig en de krater zelf zag er onderwater ook erg indrukwekkend uit. Haaien kun je ook zien met snorkelen en zelfs een baby-hamerhaai+galapagoshaai tijdens een strandwandeling aan het witte Tortuga Bay. Verder is Santa Cruz bekend van het Darwin onderzoekscentrum. Hier worden de gigantische Galapagos-schildpadden onderzocht en beschermd. Charles Darwin heeft trouwens aan de hand van zijn observaties op Galapagos de evolutietheorie bedacht.

Isabela is een eiland vol met vulkanen, waarvan we de grootste hebben bezocht. Deze vulkaan, Sierra Negra, heeft een krater van 10 kilometer in diagonaal. Dit is zo groot dat je het niet eens zou zien als je de afgekoelde lavastromen niet zou zien. Het toppunt was echter de kleinere parasietvulkaan Volcan Chico. Hier loop je over een prachtig maanlandschap naar de vulkaan met vele kleuren en een tof uitzicht over nog meer lavastromingen. Op Isabela snorkel je verder nog met vele schildpadden, zeeleeuwen, pinguïns, zwemmende leguanen en een heleboel vissen. En het maakt weinig uit waar je erin stapt. Wij sloten Isabela af met het snorkelen bij lavatunnels. Je zwemt hierbij onder bogen van lava door en als je wil kan je door kleine grotten/gaten zwemmen. Ik schatte een gat een beetje verkeerd in en stootte hierbij hard mijn hoofd tegen het puntige lava, waarna ik wat steentjes eruit moest krabben. Bij deze tunnels zie je veel papegaaivissen, een tweetal zeepaardjes, maar nog veel belangrijk veel ‘white tip sharks’. Ze liggen stil of je zwemt erachter aan. Heel erg vet.

Het laatste eiland was San Cristobal. Na een boottocht te hebben overleefd waar de helft van de passagiers aan het overgeven was kwamen we aan in de hoofdstad van de eilanden. Op dit eiland zijn we op zoek gegaan naar een frigate-vogel met zijn mooie rode opgeblazen nek en zeeleeuwkolonies. De zeeleeuwen zijn niet te missen, want ze zitten echt overal. In de avond komen ze zelfs allemaal bijeen aan het strand om te slapen, over elkaar heen te klimmen en veel lawaai te maken. Het ziet er hilarisch uit. San Cristobal sloten we af met duiken (ik) en snorkelen (Marthe) bij Kicker’s rock). De steen ziet er zelf al geweldig uit, maar de duik was nóg toffer. Hier zie je tientallen Galapagos-haaien, een hamerhaai, wat enorme roggen en veel schildpadden. Alsof dat nog niet genoeg is, zit hier ergens een school vissen verstopt van tientallen meters lang, allemaal tegen elkaar aan gedrukt. Wanneer je in de school zit, is het waar je ook kijkt zwart van de vis. Het leuke is wel dat wanneer je een beweging maakt, de vissen precies met die beweging meegaan en een paar centimeter van je lichaam verwijderd blijven. Toffe ervaring! Als toppunt kwam er een zeeleeuw de rust verstoren door in de school te gaan jagen. Telkens werd er een cirkeltje gevormd waar de zeeleeuw dan doorheen vloog. Natuur op z’n best. Gelukkig heb ik hier een heel tof GoPro filmpje van, die ik later nog wel eens upload. Je kunt gerust zeggen dat Galapagos echt een stukje paradijs op Aarde is.

Na Galapagos bezochten we nog Quito en Otavalo. Quito heeft een leuke historische stad, ligt dichtbij vulkaan Cotopaxi én is het middelpunt van de wereld. Nadat we de vulkaan Cotopaxi helaas door de wolken niet hebben gezien, keerden we weer terug naar Quito om de dag erna naar Otavalo te gaan en afscheid te nemen van Marthe. Otavalo staat bekend om zijn dierenmarkt waar dierenmishandeling de norm is. Na twee maanden reizen hebben Marthe en ik een speciale band opgebouwd en dat maakte het afscheid ook heel moeilijk. Gelukkig weten we beide dat we elkaar wel weer gaan zien in Nederland, maar de eerste dagen alleen reizen waren wel weer enorm wennen.

2015/02/img_0443.jpg

2015/02/img_0441.jpg

2015/02/img_0442.jpg

2015/02/img_0444.jpg

2015/02/img_0440.jpg

2015/02/img_0426.jpg

2015/02/img_0439.jpg

2015/02/img_0425.jpg

2015/02/img_0424.jpg

2015/02/img_0423.jpg

2015/02/img_0434.jpg

2015/02/img_0432.jpg

2015/02/img_0428.jpg

2015/02/img_0433.jpg

2015/02/img_0421.jpg

2015/02/img_0431.jpg

2015/02/img_0429.jpg

2015/02/img_0430.jpg

2015/02/img_0521.jpg

2015/02/img_0522.jpg

2015/02/img_0526.jpg

2015/02/img_0523.jpg

2015/02/img_0525.jpg

2015/02/img_0524.jpg

2015/02/img_0527.jpg

2015/02/img_0529.jpg

2015/02/img_0528.jpg

2015/02/img_0530.jpg

2015/02/img_0546.jpg

2015/02/img_0545.jpg

2015/02/img_0544.jpg

Venezuela

Venezuela is het land dat door alle backpackers die ik sprak werd geassocieerd met gevaar. Het is geen oorlogsgebied, dus wilde ik een zien of dit terecht was. Oké, ik heb Caracas voor nu even overgeslagen, maar na het bezoeken van verschillende grotere steden kan ik zeggen dat ik dit totaal anders heb ervaren. Wel is het duidelijk dat het land kampt met enorme problemen. Overal is corruptie, mensen zijn bang voor het leger, een bizarre inflatie en daardoor willen mensen af van hun instabiele Bolivar, er staan gigantische rijen voor de supermarkt om dat laatste rolletje wc-papier te scoren en er is veel te zeggen over de politiek. Dit is in combinatie met de geweldige natuur en supervriendelijke mensen een unieke ervaring.

***

Het is 31 januari 2015. De dag dat ik door de beruchte grensovergang tussen Colombia en Venezuela, Cucutá, moet lopen. Berucht om zijn criminaliteit, hitte en chaos. De laatste weken werd ik een beetje bang gemaakt door anderen die zich afvroegen of ik wel écht naar dit ‘gevaarlijke’ land wilde gaan en door zoektochten op Google werd deze twijfel verre van weggehaald. De dag hiervoor was ik al aangekomen midden in de nacht, na een flinke busvertraging, op de terminal en heb ik zo snel als ik kon een fatsoenlijk uitziend hotel opgezocht. Bij de receptie werd een vrouw aangeboden en in de badkamer vond ik direct al een kakkerlak. Niet de beste keuze gemaakt dus. Voordat ik de bus naar de grens pakte, wisselde ik Pesos in voor Venezolaanse Bolivar. Na een globale berekening kom ik erachter dat 140 Bsf ongeveer gelijk staat aan een euro. In de Lonely Planet van augustus 2013 wordt een conversie van 7,80 op 1 euro gegeven (en de officiële koers is dit nog steeds). Dit laat al zien wat een enorme waardedaling heeft plaatsgevonden. Aangekomen bij de grens is de douane snel en geen gezeur, net zoals bij de entree van Colombia. Vervolgens kwam ik na wat vragen erachter dat ik voor de douane van Venezuela ergens in het centrum van het stadje San Antonio moest zijn en daar zo’n entreepapiertje moest laten afdrukken bij een copy shop. Zoiets had ik nooit eerder meegemaakt, maar na ongeveer 20 minuten lopen vond ik zowel de douane als de copy shop. Beide niet zo snel, beide met iets meer gezeur. Voor 50 Bolivar nam ik de bus naar San Cristobal, zodat ik de bus kon pakken naar Maracaibo, de tweede grootste stad van Venezuela.

In San Cristobal werd mij verteld dat de bussen alleen in de avond rijden. Dus sprak ik een collectivo-chauffeur aan om voor slechts 6 euro zeven uur in een enorme donkerblauwe Chrevrolet te zitten met van die grote leren banken, zoals ik alleen heb ervaren in Cuba. De medepassagiers zeggen niet zoveel, maar delen met de hele auto hun snoepjes en kauwgom en laten plastic bekertjes met water rondgaan. De rit kenmerkt zich met posters van een lachende Hugo Chavez met dolblije kindertjes, van militairen met teksten als ‘solidariteit en discipline’ en nog meer posters van onafhankelijkheidsheld Simon Bolivar. Niet onbelangrijk zijn de vele militaire checkpoints waar aandachtig naar binnen gekeken wordt of gevraagd wordt om identificatie. Bij één van de checkpoints wordt de jongen naast mij, een soldaat in opleiding, aangesproken. De hele auto werd stil en toen we mochten gaan barstten de drie mannen in de taxi in lachen uit en was het aan de nonverbale communicatie van de soldaat duidelijk te merken dat hij niet blij was. Achteraf viel dat hele gedoe rondom de grensovergang dus reuze mee. Het grootste gevaar was nog de kaaiman langs het tankstation, niet zoveel dus.

***

Om 9:00 in de ochtend in Maracaibo wordt hard op mijn deur geklopt. Het is de hoteleigenaresse die zegt dat ik direct moet uitchecken. Het hotel was vies, de vrouw ontzettend naar, maar kostte dan ook maar 2 euro per nacht. Alles snel ingepakt. “Mag ik mijn rugzak hier achterlaten?” Nee, dat mocht niet van de eigenaresse. Dus liep ik met al mijn bagage door het oude, kleurrijke centrum van Maracaibo op zoek naar ontbijt en mooie architectuur. Beide vond ik. Een lekkere vette 1/4 gefrituurde kip en Pepsi. Om half 12 vond ik het weer genoeg geweest en nam ik de taxi naar het vliegveld waar mijn vlucht om 18:00 zou vertrekken. Netjes op tijd zat ik op dit vliegveld zonder informatie bij de gate. Niemand kon mij vertellen wat er aan de hand was, al was het inmiddels al 19:30. Uiteindelijk zat ik om 20.30 in mijn stoel,

***

De eerste nacht in de Orinoco-delta werd ik wakker gemaakt door de eerste zonnestralen van de dag. Ik sliep in een indianenhut aan het water. Dit gebied staat bekend om de vele rivieren door de groene massa heen, tropische vogels en de Warao-indianen. Iedere keer dat ik het water opging zag ik blauw-gele ara’s, groene papegaaien, aasgieren, kingfishers, kleine vogeltjes en indianen. Zo zat ik gewoon in het kamp waar ik sliep en zag dan kleine indiaantjes in hun kano peddelen. Of grote indianen met hun vangst in de boot. En dat kun je (nu nog) ervaren zonder andere toeristen. En natuurlijk horen daar ook supertoeristactiviteiten bij zoals piranha vissen, maar dat is dan ook best wel leuk om te doen.

***

Het was tijd voor de hoogste waterval ter wereld (bijna een kilometer hoog), Salto Angel. Deze waterval stroomt van één van de vele tepui (tafelbergen) in dit gebied. Ik vloog erheen vanaf Ciudad Bolivar met een klein Cessna vliegtuig en zat naast de piloot. Heel vet! Je vliegt vrij laag en hebt een geweldig uitzicht over de vele tafelbergen die vanuit een vlakte de grond uitschieten. Na een vlucht van anderhalf uur kom je aan in Canaima, een toeristendorpje met een aantal lodges. Ik zat in een, voor mijn doen, ongelooflijk mooie lodge aan het meer van Canaima. Dit meer heeft rood water en een grote lijn van watervallen, palmbomen en een wit strand. De dag na het chillen aan het meer vertrokken we voor een 7 uur durende tocht met de boot. Normaal duurt dit 3 uur, maar door het droogseizoen is het ondiep en zijn er veel stroomversnellingen waar je tegenop moet. Hierdoor zit je vaak vast om vervolgens het water in te springen en de boot met alle kracht naar voren te drukken. Het maakt een boottochtje toch best avontuurlijk. De omgeving waar je doorheen vaart bestaat uit rood water en de vele tafelbergen die vanaf hier wel heel erg hoog lijken. Na het slapen in hangmatten liepen wij in een uurtje naar de Salto Angel. De moeite was niet voor niets, want dat zag er wel heel erg mooi en hoog uit. En dan te bedenken dat de waterval in het regenseizoen nog een stuk indrukwekkender is.

***

Na een kort bezoek aan Ciudad Bolivar (een kleine stad met huizen in alle kleuren) en Santa Elena (helemaal niets) begon ik aan de trekking naar de tafelberg Roraima. Roraima is de hoogste van de tafelbergen en ligt aan de Venezolaanse savanne, Guyanese jungle en Braziliaanse jungle. De tocht duurt zes dagen (al deden wij hem in vijf) en begint in het indianendorp Paratepuy. Hier loop je eerst 22 kilometer door de savanne om aan te komen bij het steile pad naar de top van Roraima, wat met een grote backpack op je rug toch best zwaar is. Steil genoeg in ieder geval om met handen en voeten te moeten klimmen. De top ligt vol met kristallen, is bijna helemaal zwart, kent een grote diversiteit aan orchideeën en is de woonplaats van vele superkleine zwarte gifkikkertjes. Het tofste aan Roraima is dan toch wel het uitzicht dat je overal hebt, zeker in de ochtend wanneer de wolken om de tafelbergen heenslaan. Prachtig om te zien.

***

Met vermoeide benen van Roraima besloot ik dan maar via Boa Vista naar Manaus te gaan voor carnaval en de Amazone van Brazilië. Als het aan de Venezolaanse grens lag mocht ik, samen met een aantal Brazilianen, voor de douane slapen. Ze hadden het te druk om te stempelen (niet dat ze ook maar ergens mee bezig waren). Gelukkig na een tijdje te wachten alsnog de stempel gekregen. Na Suriname ga ik nog naar Los Llanos en Merida in Venezuela om weer naar Colombia te gaan.

IMG_0604

IMG_0602

IMG_0577

IMG_0605

IMG_0606

IMG_0601

IMG_0600

IMG_0610

IMG_0607

IMG_0615

IMG_0614

IMG_0578

IMG_0612

IMG_0608

IMG_0617

IMG_0609

IMG_0603

IMG_0616

IMG_0613

IMG_0611

IMG_0621

IMG_0618

IMG_0620

IMG_0619

IMG_0591-0

IMG_0587-0

IMG_0577-0

IMG_0593-0

IMG_0567-0

IMG_0595-0

IMG_0589-0

IMG_0585-0

IMG_0580-0

IMG_0579-0

IMG_0592-0

IMG_0599-0

IMG_0581-0

IMG_0583-0

IMG_0586-0

IMG_0584-0

IMG_0578-0

IMG_0582-0

IMG_0597-0

IMG_0590-0

IMG_0588-0

IMG_0594-0

IMG_0598

IMG_0596-0

Pachacuteq en Peru

Pachacuteq is de negende Inka (leider) en de persoon die de Inka-civilisatie groot heeft gemaakt. Pachacuteq is in het zuiden van Peru overal te vinden: in Cusco zit een museum met een groot beeld van deze man op het toppunt, in Aguas Caliente zien we vele beelden en de prachtige straat Avenida Pachacuteq en hij mag zelfs in het goud het midden van het centrale plein van Cusco bekleden. Pachacuteq is dan ook de reden dat ik toch maar voor de peperdure Inka Trail heb gekozen. Pachacuteq is aan de macht gekomen door de handen van zijn oudere broer (de officiële opvolger) af te hakken om hem imperfect te maken. Een Inka moet perfect zijn om te leiden, dus nam hij op deze brute wijze de macht over. De Inka trail was net zo bruut als Pachacuteq zelf en zorgde ervoor dat ik tijdens de zwaarste dag van ongeveer 11 uur hiken op een enorm steile trail vanaf het wakker worden tot het eind alleen maar heb overgegeven.

De Inka Trail was een fantastische tocht van vier dagen naar de zonnepoort van Machu Picchu. Al heb ik een dag kotsend doorgebracht, iedere dag was anders en interessant. Met een verhaal over de Inka’s loop je langs en door schitterende ruïnes die nog in vrij goede staat verkeren. Overal zie je gigantische terrassen in grote hoeveelheden. En dan te bedenken dat de meeste terrassen gewoon achter de bomen zitten en niet onderhouden worden. Het moment dat je om kwart voor zes in de ochtend aan de zonnepoort staat, samen met Simeon waar ik twee weken mee reisde, en Machu Picchu zonder mensen ziet is dan ook heel speciaal. Met zo’n 12kg in de rugzakken hebben we het uiterste uit onszelf gEhaald om er als eerste te zijn. Het blijft speciaal totdat Machu Picchu vol stroomt met toeristen en dan is het over met de pret.

Nadat Marthe onverwachts naar Nederland moest gingen we in Peru weer samenreizen en besloten we direct om een ticket te boeken naar de Galapagos-eilanden. Daarover meer in de volgende blog 🙂

Oh ja, verder heb ik nog gehiked naar Laguna 69 met besneeuwde bergtoppen in Huaraz (waar Marthe de hoogte even teveel werd), gesandboard in de woestijn bij Huacachina (waar we toch maar even op onze buik gingen), afgedaald naar een oase in de prachtige Colca Canyon, gedreven op de floating islands in het Titicacameer, een kloosterstad bezocht + caviahersenen uit een schedel gegeten in Arequipa, een catacombe bezocht met duizenden skeletten in Lima (waar Marthe bang werd), gesnoven aan de cultuur van modderstad Chan Chan in Trujillo (de stad waardoor ik gefascineerd was), gewacht in de supermarkt van Chiclayo en gebodysurft in Mancora onder het genot van een heerlijk kerstdiner. En dat heb ik allemaal gedaan met Marthe (oké, Arequipa, Machu Picchu en Titicaca heb ik met Simeon gedaan). Kortom, Peru biedt enorm veel variatie.

2015/01/img_0498.jpg

2015/01/img_0496.jpg

2015/01/img_0499.jpg

2015/01/img_0501.jpg

2015/01/img_0497.jpg

2015/01/img_0503.jpg

2015/01/img_0500.jpg

2015/01/img_0502.jpg

2015/01/img_0504.jpg

2015/01/img_0505.jpg

2015/01/img_0508.jpg

2015/01/img_0511.jpg

2015/01/img_0507.jpg

2015/01/img_0515.jpg

2015/01/img_0514.jpg

2015/01/img_0518.jpg

2015/01/img_0520.jpg

2015/01/img_0519.jpg

2015/01/img_0513.jpg

Het authentieke Bolivia

Door Bolivia en Peru wilde ik altijd al eens op reis naar Zuid-Amerika. De opsomming van de zoutvlakten van de Uyuni-woestijn, Machu Picchu, de mythe van de Inka’s, de kleurrijk geklede bevolking en het leven op zo’n hoogte heeft mij altijd al gefascineerd. Bolivia heeft in ieder geval mijn hoge verwachting en fascinatie meer dan waargemaakt.

Het begon allemaal bij de grensovergang van San Pedro de Atacama in Chili naar de Uyuni-woestijn. Het begin van een driedaagse tocht langs kleurrijke meren, enorme vlakten, flamengo’s, geisers en zoutvlakten op grote hoogten. Zo reden we van het 2400 meter hoge San Pedro naar ons eerste hostel, compleet afgelegen van de rest op een hoogte van ongeveer 5000 meter. Hier bleek wel weer dat hoogte en ik niet heel erg goed samengaan, ondanks het geobsedeerd kauwen en zuigen op cocabladeren en het drinken van veel Coca-Cola. Een paar jaar geleden had ik de heilige berg Mt. Fuji vanaf een hoogte van 3500 meter al ondergekotst, nu gebeurde hetzelfde in de Uyuni-woestijn. Het voelt alsof iemand je maag vasthoudt om het net als een handdoek uit te wringen. De omgeving was gelukkig zo mooi dat ik elke keer weer vergat dat ik eigenlijk ontzettende hoofdpijn had. De meren in verschillende kleuren, volstaand met flamengo’s zijn echt geweldig. Ik kan mij niet herinneren dat ik ooit mooiere meren heb gezien en dan komt daar nog bovenop dat ze omringd zijn door prachtige bergen en grote vlakten. Tijdens de rit sneeuwde het op een gegeven moment vrij hard, waardoor ik bang was dat de zoutvlakten op de laatste dag teveel water zouden bevatten waardoor je niet ver de vlakten op kunt. Dat zou toch zonde zijn. Gelukkig viel dat heel erg mee en konden we overal komen waar we wilden en konden we genieten van zowel het beroemde spiegeleffect als de eindeloze witte vlakten om perspectieffoto’s te maken. Een meer dan geslaagde tour dus.

Na al dit natuurschoon werd het tijd om de Boliviaanse steden te ontdekken. Beginnend bij Potosí op een hoogte van ongeveer 4100 meter; de hoogste stad ter wereld en het alternatief voor de legendarische gouden stad El Dorado voor de Spaanse kolonisten. Potosí ligt zo hoog dat er bijna geen begroeiing is. De stad en de epische kegelvormige erachter zijn beide oranje en dit zorgt voor een geweldig plaatje van een afstand. De stad van binnen doet daar alleen niet onder. De gebouwen rondom het centrale plaza vormen een prachtig geheel, de sfeer in de stad is geweldig en de mensen zijn hier nog zeer authentiek en gekleurd gekleed. En in Potosí doen ze dit niet net als in veel andere steden in Peru en Bolivia om de toeristen te pleasen. Sterker nog, de bevolking hier lijkt het ramptoerisme van de mijnen (waar Potosí om bekend staat) helemaal niet prettig te vinden. Deze prachtige stad heeft ook een keerzijde: de zilvermijnen. De zilvermijnen zitten allemaal in de berg Cerro Rico en hebben ervoor gezorgd dat de berg instabiel is geworden en dat de top al vele tientallen meters gezakt is. Het betreden van de mijnen kun je doen met een tour op eigen risico. Hoewel er bijna nooit iets gebeurt met toeristen kan er altijd een stuk instorten na een explosie van een dynamiet en kan je flink wat meters naar beneden vallen in de vele gaten om steeds dieper op zoek te gaan naar zilver of tin. De werkomstandigheden zijn moeilijk te omschrijven als je er niet zelf bent, maar dat mijnwerkers gemiddeld zo’n 45 jaar oud worden zegt genoeg. Foto’s met flits laten zien hoe ontzettend stoffig het overal is, buiten dat voel je je huid ontzettend smerig worden, puur tijdens lopen en je neus zit vol met zwart spul. En dat is van slechts 2 uur in de mijn. De mijnwerkers zitten er hele dagen. Alles in de mijn gebeurt er ontzettend snel. De mijnwerkers rennen snel met de karretjes op rails waar 2 ton aan materiaal in zit. Valt de kar om, dan moeten ze met planken hefbomen creëren en met z’n achten de kar weer op de rails zien te krijgen. Sommige mijnwerkers werken met drill (wat wij ook even mochten proberen), anderen werken op de ouderwetse wijze met hamer en beitel om gaten voor dynamiet te maken. Tijdens de tocht door de mijnen kruip je door hele kleine gangen waar je jezelf echt vooruit moet trekken om er doorheen te komen. En dan ben ik nog een vrij klein persoon. Daarnaast klim je langs enorm instabiele ladders vele meters naar beneden in het donker. Het is een indrukwekkende ervaring die je absoluut niet mag missen als je Potosí bezoekt.

De tweede stad in Bolivia was Sucre, dat bekend staat om zijn witte historische centrum. Het was inderdaad wit, maar was zo klein dat je er na een hele korte wandeling wel al weer klaar mee bent. Met als hoogtepunt het uitzicht vanaf Recoletta en het grote dinospeeltuin met glijbanen van reusachtige brachiosaurussen was Sucre toch absoluut een must-see in Bolivia.

Andere plaatsen waren het kleine en groene Samaipata met de nabije inca ruïnes El fuerte (heel tof trouwens), het saaie en “moderne” Santa Cruz en Cochabamba; de stad die claimt de grootste Cristo ter wereld te hebben.

Het einde in Bolivia bestond uit La Paz en het Titicacameer. La Paz is door de vele marktjes een hele leuke stad om doorheen te lopen. Het uitzicht is ook helemaal mooi, maar daar blijft het dan ook bij. De stad heeft verder namelijk bijna niets te bieden. De regio rondom La Paz is echter prachtig. De beste manier om dit te zien is door te mountainbiken op de beruchte Death Road. Het is niet moeilijk om te gokken waarom deze weg zo heet. Het is een off-road weg van La Paz naar het Amazonegebied van Bolivia die op sommige plaatsen nauwelijks breed genoeg is voor een bus, met haarscherpe bochten en kliffen van 600 meter diep waar je recht inkijkt als je je hoofd naar links draait. Vele mensen zijn hier gestorven en dat zie je aan de vele kruizen die langs de weg staan. De toeristen die tijdens deze tour op de fiets de kliffen afgereden zijn hebben een steen waar in eigen taal een afscheid geschreven staat. Dit zijn blijkbaar meestal meisjes die hun vriend probeerden bij te houden. Die vriend wil dan meestal indruk maken en probeert de gids bij te houden. Vrij triest dus. De omschrijving klinkt enger dan het is, maar de risico’s moeten niet worden onderschat.

Het Titicacameer is het hoogst gelegen meer ter wereld, maar ziet er natuurlijk gewoon uit als een normaal meer met bergen erin. Zo heb je Isla del Sol op zo’n 4100 meter. Een prachtig eiland waar je mooi op kunt wandelen met goede uitzichten op besneeuwde bergen in de verte en ruïnes op het eiland waar de zon vandaan komt volgens de Inka’s.

Dit lange verhaal laat zien dat Bolivia inderdaad veel indruk op mij heeft gemaakt. Niet zoveel variatie als Argentinië maar absoluut niet minder. In Peru gaat de zoektocht naar de Inka weer verder en ik hoop dat het het niveau van Bolivia ook kan halen.

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/960/34461424/files/2015/01/img_0411.jpg

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/960/34461424/files/2015/01/img_0413.jpg

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/960/34461424/files/2015/01/img_0414.jpg

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/960/34461424/files/2015/01/img_0412.jpg

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/960/34461424/files/2015/01/img_0410.png

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/960/34461424/files/2015/01/img_0363.jpg

Chili: van sneeuw, tot groene valleien, grote steden en een hete woestijn

Na bijna twee maanden in flink tempo te hebben gereisd zonder enige rust was ik aan het eind van Argentinië, in Mendoza, helemaal kapot. In mijn verhaal over Paaseiland werd al duidelijk dat ik hier weer even tot rust gekomen was. Hoog tijd om het tempo in Chili weer wat op te schroeven.

Voordat ik mijzelf zo moe gemaakt had, was ik de grenzen van Chili al overschreden in Patagonië. Het rustige dorpje Puerto Natales was de uitgangsbasis voor twee dagen hiken in het nationaal park Torres del Paine. Ik ging een daghike doen met een groepje Amerikanen die een half jaar in Buenos Aires studeren, terwijl zij verder gingen om de W-trek te doen (achteraf zonde dat ik dit niet heb gedaan). De gehele omgeving was indrukwekkend, maar helaas had ik het ongeluk dat het weer niet mee zat. De torens (google maar naar Torres del Paine) heb ik in het begin kunnen zien, maar waren helaas volledig omringd door dikke wolken toen we dichtbij de top waren. Tijdens mijn tweede hike zocht ik naar poema’s, maar hoe meer opengescheurde vicuña’s (familie van de lama) ik zag, hoe meer ik begon te twijfelen of ik de poema wel echt wilde zien.

Na Argentinië was het tijd om de reis met Marthe te beginnen in Santiago de Chile. Een grote stad aan de uiteinden van de Andes, wat een indrukwekkende skyline biedt. Verder heeft de stad ook maar weinig te bieden, dus waren we blij verrast toen we heel erg random in een soort van demonstratie/festival stonden en dat iedereen luidkeels voetbalachtige koren meezong die altijd eindigden met “vive Jesus”, “yo amo jesus”, etc. In minder dan een minuut tijd waren wij van enige toeschouwers van een klassiek optreden voor Jezus onderdeel geworden van een groep van een paar duizend met vlaggen zwaaiende rood, wit en blauw menigte.

Valparaiso was de tweede stad die we wilden zien. Deze havenstad kenmerkt zich doordat het gebouwd is tegen de bergen op, met vele gekleurde huisjes en een hele liberale sfeer. Loop door de gekleurde straatjes vol met hele vette graffiti en je proeft alleen maar hipster. Zo ook bij de jonge Chilenen die hier wonen. Compleet anders dan de rest van het land. Een hele toffe stad om eens een dagje doorheen te lopen.

De volgende stap was La Serena met bijhorende Elqui-vallei. Een schijnbaar magische vallei waar veel UFO’s zijn gespot. Het zal wel liggen aan de pracht van Noord-Argentinië, maar dit viel toch wel heel erg tegen.

De afsluiter van Chili was San Pedro de Atacama, een klein toeristendorpje middenin de woestijn. Hier hebben we gefietst door de Valle de la Luna, een schitterende vallei waar de ene toffe rotsformatie zich opvolgt met een andere. De terugweg was na zonsondergang enorm spannend. We hadden één fietslichtje meegekregen en er stonden geen lantaarnpalen, dus moesten we ons vertrouwen leggen op dat ene lampje. Doordat er zo weinig leven is in de woestijn en hier blijkbaar de ozonlaag dunner is, zie je ’s nachts een superheldere sterrenhemel. Zo waren met en zonder een telescoop Mars en Uranus te onderscheiden, was de melkweg heel duidelijk te zien en kregen we uitleg over verschillende sterrenbeelden. Heel cool.

Hoog tijd dan weer om vanaf San Pedro de grens over te gaan naar Bolivia. Op naar de zoutvlakte bij Uyuni!

IMG_0264.JPG
Nationaal park Torres del Paine

 

IMG_0389.JPG
Een mars voor Jezus in Santiago

 

IMG_0388.JPG
Palacio del Moneda in Santiago

 

IMG_0390.JPG
Eén uitzicht op Santiago vanaf een heuvel midden in de stad

 

IMG_0384.JPG
Fietsen door de Atacamawoestijn

 

IMG_0385.JPG
Vicuña in de Elqui-vallei

 

IMG_0387.JPG
Eén van de vele met grafiti bespoten steegjes van Valparaiso

 

IMG_0386-0.JPG
Elqui-vallei