Epische Battles in Sports Champions 1 & 2

Sports Champions: het virtueel sporten voor mensen die niet kunnen sporten. Althans, dat dacht ik. Ik had genoeg artikelen gelezen over motion gaming waarin werd verteld dat mensen er daadwerkelijk mee ‘sporten’. Gek vond ik dat. Een tijdje geleden kon je mijn eerste indruk lezen over Playstation Move. Één van de games die ik toen kocht was Sports Champions 2. Inmiddels is de game alweer een tijdje uit en is het weinig speciaals. En sporten, tjah, het is niet vermoeiend en je hoeft er eigenlijk maar vrij weinig voor te doen. Totdat je deze familie-game gaat spelen als een hardcore game!  Zorg ervoor dat je Move-buddy emotioneel sterk genoeg is om jou te kunnen zien als zijn grootste rivaal, anders ga je echt een  kutavond tegemoet. 

Écht ten strijde gaan

Je weet dat een game als deze niet tof is in je eentje, dus je moet zoeken naar iemand die tegen jou wil spelen. Deze zoektocht lijkt simpel, maar kan bedrogen uitkomen. Wat ik al zei: je moet het als een hardcore game spelen. Je moet zweten. Pijn voelen. Elkaar afzeiken en uitdagen. Op de grond vallen door een ademhaling die te snel gaat. Fuck die party-elementen als ‘als het eten je niet smaakt moet je er kaas bij gooien’ of ‘mix salsa-saus en guacamole om een mooi feestje te maken’ of ‘de perfecte balans tussen zout en zoet zorgt voor de perfecte party-snack’. Allemaal kreten die zeker bij de eerste paar keer zelfs de grootste hardcore gamer laten giechelen als een meisje van vier, maar zo kunnen we natuurlijk geen fatsoenlijke ‘epische’ battle houden. Negeer ze, pak je controllers en ga voor de winst. Verlies neem je NOOIT genoegen mee. Na een verlies wordt je namelijk ook nog eens lekker ondergekladderd op de ‘wall of shame’. Voor de epische battle heb je je meest fantastische pose waarin je als een echte strijder naar voren komt, vervolgens wordt die prachtige pose dus verpest onder het genot van een stift en een vreemd muziekje. Ook hier blijf je hardcore. Keihard. Je gaat niet iemand ‘gewoon’ bekrassen. Je maakt er een kunstwerk van! Je wil winnen en ook je tekening is daar deel van. Je gaat dus comfortabel voor je camera’tje zitten en doet je uiterste best om iets tofs te tekenen RONDOM de persoon. De persoon verpesten is voor casual gamers. Bah. Winnen met de games en nog steeds een vreselijke tekening hebben is een échte no-go.

Elkaars pose nadoen is de ultieme vorm van rivaliteit.
Elkaars pose nadoen is de ultieme vorm van rivaliteit.

Sports Champions 1 bevat sporten als tafeltennis, volleybal, bocce, discgolf, gladiator en boogschieten. Deze hebben wij nu één keer met twee move controllers tegen elkaar gespeeld. Met name tafeltennis, boogschieten en gladiator zijn vet. De kans is zeker aanwezig  dat je schrikt van de nauwkeurigheid, dus ook hier weer, om hardcore te spelen moet je echt wel even oefenen. Grootste nadeel is dat je geen evenementen kunt maken en dus niet automatische kunt laten bijhouden wat de stand is. Maar voor een game die bijna gratis is, maakt dat vrij weinig uit. Sports Champions 2 draait om boogschieten, skiën, tennis, boksen, bowlen en golf. Ook hier is de nauwkeurigheid weer fantastisch en zit er genoeg afwisseling tussen de sporten. Mijn eigen favorieten zijn skiën en boogschieten en die zijn naar mijn idee ook samen met tafeltennis het meest geschikt om tegelijkertijd tegen elkaar te spelen.

Kortom, koop een Playstation 3, koop een Move pakket + Sports Champions 1/2 + Extra move controller en ga de strijd aan met iemand die daartegen kan. Epische battles gegarandeerd! Zelfs in een slaapkamertje.

Pepijn Bierenbroodspot en Max Payne

Ik denk dat wij het er unaniem over eens mogen zijn dat Pepijn Bierenbroodspot één van de grotere bazen van de Nederlandse televisie is. Zijn stem en verhalen over patholoog-anatomen doen menig mannen- én vrouwenhartje laten smelten tijdens het kijken naar zijn hit ‘Reportage’. Zelfs Alberto Stegeman kan daar niet tegenop. Max Payne heeft in het derde deel duidelijk een voorbeeld genomen aan Pepijn. Overduidelijk. Het is nog goed uitgevallen ook.

Na mijn bericht over het stoppen met trophy hunten, heb ik inmiddels vier grote games uit weten te spelen. Max Payne 3 viel hier toch wel het meeste op. Ik heb geen enkele voorkennis van Max Payne, behalve dat de franchise groot geworden is door de Matrix-achtige slowmotion. Het had mij nooit weten over te halen om de games te kopen in ieder geval. Ik ben blij dat ik dat deze keer wel heb gedaan.

Jij bent Max Payne, een beveiliger van een rijke Braziliaanse familie. Het gehele verhaal komt erop neer dat jij faalt in het beschermen van deze familie en je bizarre Hollywood-acties om dit weer in een succes om te zetten. Lukt dat? Geen idee, daar mag je zelf voor gaan zorgen. Het grootste deel van het verhaal speelt zich af in Sao Paulo, met uitzondering van de flashbacks. Hoewel ik geen ervaring heb met Sao Paulo, wordt de stad fantastisch neergezet in deze game. Je rijdt door de rijke wijken, maar moet ook zien te overleven in de favela. Het ziet er allemaal prachtig uit en er zit prachtige actie in.

Wat maakt deze game nou zo sterk? Een heel simpel antwoord: de Pepijnstijl van verhalen vertellen, de moeilijkheidsgraad en de kogels die door de halfdode lichamen vliegen. Max praat het hele verhaal over wat er gebeurt, wat hij denkt en over het verleden. Zijn stem wordt hier goed neergezet en het maakt de scènes waar minder gebeurt plezierig om te doorlopen. De moeilijkheid van de game (uiteraard vanaf ‘hard’ spelen) is ook zeker opvallend. Als je hoger dan hard speelt zal je een hele uitdagende game hebben. Eindelijk eens een single player met actie die niet zo simpel is als Battlefield of Call of Duty op het hoogste niveau. Dan de kogels. Die zijn gewoon supertof. Iedere keer als je een groep vijanden hebt neergeschoten krijg je de kans om de laatste in slowmotion neer te schieten. Het beeld komt op de tegenstander te staan en je ziet van dichtbij hoe je hem helemaal volpompt. Het ziet er allemaal erg gaaf uit en het verveelt na vele uren gamen nog steeds niet. Althans, niet bij mij.

Maakt Pepijn deze game? Nee, maar het is een leuke manier van een verhaal volgen. Deze game is dan ook een must-have. 8,5/10

The Walking Dead Season 1 (game)

Na genoten te hebben van de eerste drie seizoenen van de serie ‘The Walking Dead’ en belachelijk positieve reviews op Metacritic kon ik niet om deze game heen.  Nadat dan eindelijk de disc-versie van alle episodes uit het eerste seizoen te koop aangeboden werd in de VS, ben ik ook aan de slag gegaan met dit verhaal gebaseerd op de comics van The Walking Dead.

De eerste ontmoeting met een zombie laat direct zien waarom deze game anders is dan anderen. Of zoals Silverlady zou zeggen: “Deze game is echt anders als anders, er zijn wat meer komiekstukken bijgekomen”. Helaas, voor de Silverlady fans onder ons: in tegenstelling tot de hit ‘De Zwerver’ van Arie Pater speelt Silverlady geen klein rolletje in deze game. Dat had hem wellicht nóg beter gemaakt. Ik ben een fel tegenstander van spoilers en  ik ga er dan ook geen één plaatsen. Je wordt in ieder geval direct voor keuzes gezet en getest op snelheid. Waarom is het anders, zeg je? De game is een fantastische combinatie tussen Heavy Rain (besturing/sfeer), Borderlands (dikke zwarte lijnen om alles duidelijk weer te geven), welke willekeurige RPG met keuzemogelijkheden dan ook (al valt dit ook in Heavy Rain), alle keuzes die je maakt gaan door naar de volgende episodes en seizoen (!) en natuurlijk ZOMBIES!

Ik hou wel van zombies. Daar heb ik geen enkele reden voor. Het probleem is alleen dat de verhalen om zombies heen bagger zijn. Zombies zijn heel traag en de enige manier dat je doodgaat is gewoon iets zwaar achterlijks te doen. Althans, zo is het meestal. Gelukkig niet in deze game. Net als in Heavy Rain zijn keuzes die je maakt superbelangrijk en één keuze kan ervoor zorgen dat één van je mede-reizigers of jij sterft. Dat is leuk. Ook meteen dé game om als held of slechterik te spelen. Natuurlijk heb ik er weer alles voor over gehad om als held uit de bus te komen. Meteen ook één van de sterkste punten van deze game. Soms moet je keuzes zo enorm snel maken dat je niet de tijd hebt om te bedenken wat de gevolgen op lange termijn zijn. Er zijn meerdere characters gestorven die ik liever in leven hield. Vooral doordat de game je echt kon hechten aan deze personen maakte het de game enorm indrukwekkend.

Blijkbaar zijn er maar weinig mensen die graag als held spelen. Aan het eind van iedere episode krijg je de statistieken te zien. Iedere keer was ik met mijn keuzes in de minderheid. Ook wel grappig dat ik mij een klein beetje ergerde aan iemand die een gigantische fout had gemaakt, maar dat ik deze persoon toch heb gered toen het erop neerkwam. Je zou bijna denken dat ik wel eens een klein traantje heb gelaten tijdens bepaalde scènes. Misschien is dat ook wel zo.

De besturing is wel even belangrijk om nog iets over te vertellen. De linker analoge gebruik je om rond te lopen, de rechter om je ‘zicht’ op bepaalde items te leggen. Dit betekent bijvoorbeeld ook dat je met links naar achterloopt, terwijl je met rechts mikt op het hoofd van een zombie. Vervolgens bepaal je met de normale knoppen welke actie je gaat uitvoeren op het hoofd. Ik beveel zeker niet aan om een zombie te doden met een marshmellow die je net op de grond vond. De keuze of je een pistool of bijl gebruikt is alweer wat lastiger. Maak je lawaai of blijf je stil? Soms heb je niet de luxe om daarover na te denken.

The Walking Dead is een moeilijk vette game om je morele waarde te testen en moet iedereen die van een goed verhaal houdt in huis nemen. Er zit genoeg spanning in en de tien uur die deze episodes in totaal duren zijn zo voorbij. Én voordat ik het vergeet: als je dood gaat dan is het eerste wat de zombies doen je darmen eruit halen om de grote boodschap door te slikken. Hoe vet is dat? Niet! Gewoon bizar. Ik kijk nu al uit naar het tweede seizoen. [9/10]

Ik stop met trophy hunten :O

Meerdere malen heb ik mijzelf al horen klagen over ‘first world problems’ als “Ik heb teveel games, waardoor ik niet eens meer toe kom aan het spelen van andere toppers.” Eigenlijk is dit gewoon de grootste onzin ooit. Het is inderdaad waar dat ik het laatste jaar teveel b-titels heb gekocht of gewonnen.  Daardoor kwam ik niet meer echt aan de toppers toe, maar het echte probleem ligt ergens anders. Bij trophies namelijk. 

Ze werken enorm verslavend. De *pling* van een platinum klinkt gewoon lekker. Daar komt nog bij dat je dan zeker weet dat je alles uit je aankoop hebt gehaald. Ik geloof dan ook sterk in een verband tussen tevredenheid en trophies. Ik vrees alleen dat wanneer iemand hier iets te ver in op gaat, je de fun uit een game haalt. Zeker wanneer je weet dat er zoveel titels zijn die je nog niet hebt gespeeld.

Zoals ik al in ‘5 types trophy hunters’ aangaf, kan je mij rekenen tot de groep ‘Platinum Only’. Dat betekent dus dat ik voor iedere game alle trophies (uitdagingen) moet halen. Ik zit nu op 33 volledig uitgespeelde games (van de 60+ trophy games die ik heb) en heb alweer mijn totale aantal trophies op weten te schroeven naar 2300. De laatste tijd deed een platinum mij steeds minder, maar het kostte wel steeds meer moeite. Als je vervolgens nagaat welke games je niet hebt gespeeld van 2012, en je weet dat jij voor platinum trophies bezig bent aan je vierde playthrough van de zoveelste game, kom je er toch wel achter dat het tijdverspilling is. Wie wil er nou vier keer een game uitspelen, terwijl je net zo goed in een nieuw avontuur kan stappen? Vandaar dat ik dan ook stop. Eigenlijk vreemd dat ik er nu pas achter kom.

Bovendien merk ik al steeds meer dat ik minder lang zin heb om te gamen. Mijn plezier in games wordt niet minder, ik kan mij er alleen minder lang achter elkaar in storten. Misschien word ik dan toch wat volwassener. Laat mij nu maar even rustig in een hoekje op mijn kamer huilen.

Moven doe je zo!

Veel mensen zitten te wachten op tips over hoe zij zich moeten bewegen. Begrijpelijk. Ook ik heb niet de ‘moves like Jagger’. Dat bewees Just Dance wel toen ik dit eens met mijn zusje deed op de Wii. En eigenlijk ook de rare, maar artistieke dansjes tijdens het uitgaan bewezen mijn onkunde in het bewegen. Tóch moest ook ik eraan geloven om eens de Playstation Move aan te schaffen. Hoe mij dit is bevallen lees je hier. 

Als ‘hardcore gamer’ sta ik niet zo positief tegenover de ontwikkelingen van motion gaming. Ik vind dat games met een steile leercurve alleen met een traditionele controller (Nintendo 64, Xbox, Playstation, keyboard+muis, etc.) gespeeld kunnen worden. Begrijp mij hier niet verkeerd; ik  sta niet negatief tegenover motion gaming in alle genres. Het kan best leuk zijn voor party-games, maar daar houdt het op. En laat ik, en vrijwel alle andere hardcore gamers, daar nou net niet van houden. Waarom ik dan toch besloot om een Playstation Eye, Navigation Controller en een Playstation Move te kopen, komt eigenlijk doordat ik via XGN een Move-exclusive had gewonnen. Hier heb ik al veel gewonnen, dus als je je registreert en naar het forum gaat zal je een grote kans maken op gratis games 😉 In ieder geval: die game is een soort van Wii Sports voor Playstation en is volgens mij best goedkoop, maar toch dacht ik wel van: goh, laat ik dan toch maar eens zo’n pakket kopen. Zo kwam ik bij Sorcery, een game die mij al maanden tof leek. Een game die door al zijn spreuken mij enorme spierpijn gaf in mijn rechterarm. Maar wat is Sorcery?

Sorcery

Sorcery is een actie-avontuurlijke game waarin jij als tovenaarsleerling de Nachtmerriekoningin moet verslaan. Dit klinkt heel erg lame en dat is het ook. Tegenstanders die je tegenkomt zijn kleine spinnetjes, grote spinnen, ijstrollen, elfen, boemannen en skeletten. Ook dat klinkt lame en ook dat is zo. Toch is de game zeker het spelen waard. Prachtige omgevingen en geweldig gebruik van de Move controller. Je mikt van onder naar boven, van links naar rechts of zelfs gewoon op onderdelen van grotere tegenstanders. Verder maak je wegen vrij door middel van het zwiepen, maak je kisten open door je controller flink rond te draaien en meer van dit soort kleinere gameplay aspecten.

Wat de game echt heel tof maakt is eigenlijk een aantal hele persoonlijke voorkeuren. Vanaf het eerste boek van Harry Potter ben ik groot fan van deze franchise. Aangezien Harry Potter games heel erg slecht zijn, heb ik nooit echt toffe ‘tovergames’ kunnen spelen. Met Sorcery kon ik eindelijk eens flink zwiepen met mijn controller om de ene spreuk na de andere op mijn vijanden af te sturen. Een tweede punt wat mij opviel is het combineren van aanvallen (wind, vuur, ijs, aarde, elektriciteit). Zwiep je je controller van links naar rechts dan ontstaat er een grote tornado. Deze kan je in de fik steken of veranderen in een onweersbui. In Bioshock 2 was dit ook al het meest onderscheidende in de multiplayer en dit kom ik niet vaak in games tegen. Dat maakt de gameplay echt heel erg gaaf en zorgt er eigenlijk meteen voor dat die saaie tegenstanders niets meer uitmaken. Ook de tegenstanders zijn verdeeld in verschillende elementen. Een graself houdt het bijvoorbeeld niet lang vol tegen vuuraanvallen. Een derde pluspunt is het gebruik van de Move bij het bereiden van toverdranken. In het beeld verschijnt een pan en jij zorgt ervoor dat de ingrediënten op de juiste manier woorden toegediend. Erg leuke toevoeging. Het toverdrankje moet je ook eerste schudden en drink je door te doen alsof je in het echt drinkt. Opgepast, dit kan er wel wat fout uit zien.

Ik ben een groot fan van namen en kreten bij spreuken of aanvallen. De hele tijd zwiepen met een toverstaf is leuk, maar wat het leuker zou maken is als er speciale aanvallen bij zitten of een speciale mode waarbij de persoon daadwerkelijk iets roept. Dan bedoel ik niet zoals bij Harry Potter dat iedereen spreuk een naam zou hebben, dat zou namelijk iets teveel van het goede zijn bij Sorcery. Meer zoiets als bij Bleach. Hier heb je een speciale modus waarin de karakters sterker zijn en speciale aanvallen kunnen gebruiken. Dit begint met de term ‘Ban Kai’ of ‘Resurrecion’. Sommigen schreeuwen dit, anderen fluisteren het. Verder heeft iedereen bij alle sterkere aanvallen ook een term die ze schreeuwen. Dit zorgt wel voor een extra element in de ervaring, wat het voor mij enorm vet maakt. Dat miste ik hier wel.

Desalniettemin, als er een aantal van dit soort games voor de Move te verkrijgen zijn ben ik zeer tevreden over mijn aankoop. Na 7 uur spelen zag ik de credits en keek ik daar met veel plezier op terug. Koop deze game + move als je eens een leuk tussendoortje wil hebben en als je niet bang bent voor spierpijn in je rechterarm [7,5/10].

De eerste indruk: Deus Ex

Een eerste indruk vormen over iets of iemand kan enorm lastig zijn. Zeker als je de werkelijkheid eruit wil halen.  Zolang je niet je uiterste best doet om die eerste indruk te veranderen, zal het ook niet veranderen. Dit kan zowel de positieve als negatieve kant opgaan. Daarom een kort verhaal over eerste indrukken.

Je kent het wel. Op straat loopt een zeker persoon en je weet niet of het nou een man of een vrouw is. Oké, hij of zij is misschien psychologisch gezien duidelijk een man of een vrouw, maar om er echt achter te komen hoe dit biologisch zit moet je wat verder gaan. Hoe awkward je dit wil maken is aan jou. Al denk ik dat het in dit verhaal beter is om gewoon te accepteren dat je de werkelijkheid nooit zul kennen. Weinig twijfel bestaat tussen het uiterlijk. Dat is immers subjectief. Vind jij iemand dik of dun? Vind jij iemand lelijk of mooi? Ziek of grappig? Interessant of oninteressant? Geen idee? Blijf dan lang genoeg bij deze persoon om erachter te komen. Dit hoeft niet zo awkward te zijn als in het vorige geval. Komt niets van dit je bekend voor? Vreemd, maar dan hier een voorbeeld.

Zo ook bij Deus Ex: Human Revolution. Excuses voor deze bizar slechte brug. Bijna een jaar geleden kocht ik deze game voor bijna niets. Na anderhalf uur heb ik de disc eruit gehaald om nooit meer in Playstation te drukken. Althans, dat dacht ik. Ik kocht hem met de overtuiging dat ik één van de toppers van 2011 zou kopen. Ik heb enorm veel vertrouwen in Square Enix, de toekomst als concept spreekt mij aan en de graphics waren geweldig. Ik speelde in mijn kamer van acht vierkante meter met een televisie op de grond en zittend op mijn zwakke bed. Precies die situatie voelde ik toen ik de game speelde. Het was enorm traag en schieten was geen bal aan en ik begreep niets van het verhaal. Je begint in een soort van fabriek en ik had echt zoiets van: waarom ben ik hier? Toen deed ik hem dus uit. Honderden games gespeeld en ik had nog nooit een game niet uitgespeeld.

Untitled-4

Een aantal weken geleden zag ik de disc weer liggen. Ik had ergens gelezen hoe tof Deus Ex was en las dat je het moet spelen als Metal Gear Solid. Stealthy dus. Na een playthrough van zo’n 20 uur zag ik de credits. Ik had geen enkele kill gemaakt en ik had helaas wel een alarm af laten gaan zonder dat ik het door had. Nu begreep ik het. Na nog eens goed de tijd te nemen om mijn eerste indruk te veranderen, kwam ik erachter dat ik helemaal niet moest schieten. Het kan wel, maar het is zoveel leuker om mensen te ontwijken dan ze te vermoorden. Dat geeft een veel betere kick. Hoe tof.

Zo werd mijn eerste game die ik niet uitspeelde ineens één van mijn favoriete games. Niet alleen het verhaal was erg sterk, ook het sneaken en boss fights waren enorm vet. Je zult van begin af aan goed moeten opletten op waar je vaardigheidspunten voor inzet.  Dat is namelijk voor deze boss fights het verschil tussen halen en falen. Iedereen die deze game nog niet heeft en op zoek is naar een unieke game als tussendoortje, haal hem uit de budgetbak en je zult er minstens 40 uur mee zoet zijn. Net als de man/vrouw moeilijkheden, zal je dit bij games waarschijnlijk maar één op de honderden keren gebeuren, maar als de werkelijkheid dan toch positief uitvalt weet je wat je moet doen. Ik durf (!) zelfs te zeggen dat de leukste dingen nooit de beste eerste indruk achterlaten. Bij mensen. Bij games als Fallout, Kingdom Hearts en SOCOM. Bij muziek. Bij wat eigenlijk niet? Wat hebben ze gemeen? Dat ze allemaal niet meteen met al hun inhoud strooien, maar rustig op gang komen.

De term ‘gamer’ is vies, aldus Nintendo

Nintendo 3DS

‘Gamer’ is een vies woord. Net als de mensen die zichzelf ‘gamers’ noemen. Althans, dat impliceert Nintendo. Met een nieuwe lading aan commercials proberen ze niet-gamers aan de 3DS te helpen. Op zich geen probleem natuurlijk. Als de doelgroep niet-gamers is, waarom niet? Wat wel een ‘probleem’ is: Nintendo vergeet wat ze willen bereiken met  de WiiU.  

Natuurlijk overdrijf ik in de inleiding over wat Nintendo impliceert, maar het kan wel zo worden opgevat. Én dat wordt het ook! In het bovenstaande filmpje wordt letterlijk gezegd: “I’m not a gamer, I’m an artist”. Hetzelfde werd gedaan bij een Olympische sporter die zichzelf een ‘coin-collector’ noemt.  Alles om maar te vertellen dat de 3DS ook voor niet-gamers is. De toon bij ‘gamer’ is echter negatief op te vatten. Waarschijnlijk is dat niet de intentie van Nintendo, maar het laat toch zien dat ze  nog steeds weinig oog hebben voor de mensen die hen oorspronkelijk groot hebben gemaakt. Naar mijn idee schoppen ze hier alleen toch echt tegen het zere been van de ‘harde kern’ van Nintendo fanboys aan (wat toch echt zware gamers zijn).

In één van mijn eerste berichten op deze site schreef ik over waarom ik denk dat Nintendo’s ondergang nabij is. Ook gaf ik aan dat ik nog  altijd hoop dat Nintendo de juiste doelgroep weet te terug te vinden, zodat ze over tien jaar ook nog succesvol kunnen zijn en niet alleen enorm succesvol in de vorige x aantal jaren. Die hoop kwam een klein beetje terug door de line-up voor de WiiU, waar toch wat hardcore titels terugkeren. Door deze tegenstrijdige campagne kan een ‘gamer’ door de inconsistentie moeilijk inschatten wat Nintendo nou eigenlijk wil. Gaan ze echt voor het hardcore publiek of proberen ze alles in één keer binnen te halen? In beide gevallen werkt een campagne als deze in ieder geval niet. Of het nou voor de 3DS of WiiU is, je schopt hoe dan ook niet tegen één van je doelgroepen aan.

Nintendo 3DS

Ik kan mij heel goed voorstellen dat veel gamers dit met Argusogen bekijken. Oftewel, Nintendo maak een keuze: niet-gamers of gamers. Of maak voor  beide doelgroepen een ander product, zodat de ander zich niet bedolven voelt onder de boodschap aan de ander.